Some image
  

Bedrijfsopvolgingsregeling familiebedrijven versoepeld in 2010!

Voor de heffing van de nieuwe erfbelasting wordt de bedrijfsopvolgingsregeling voor kleine aandelenpakketten (minder dan 5%) in familiebedrijven versoepeld. Zo wordt voorkomen dat bedrijven waarvan de aandelen meerdere keren zijn vererfd in moeilijkheden komen.

 

De bedrijfsopvolgingsregeling (verder: BOR) is op verzoek van toepassing als iemand een aanmerkelijk belang erft. Van een aanmerkelijk belang is sprake als de overledene direct of indirect minimaal 5% van de geplaatste aandelen bezat in een werkmaatschappij. De situatie kan zich voordoen dat dit belang, door bijvoorbeeld verervingen naar verscheidene personen, verwatert naar een belang van minder dan 5%. Dit heeft tot gevolg dat de verkrijgers geen aanspraak kunnen doen op de BOR. Door de in het wetsvoorstel Wijziging van de Successiewet 1956 voorgestelde versoepeling is per 1 januari 2010 de BOR ook van toepassing op indirecte belangen:

  • die kleiner zijn dan 5%;
  • die oorspronkelijk wel ten minste 5% groot waren, en
  • waarvan de vermindering is ontstaan als gevolg van een overgang door overlijden van het directe belang.

Wat houdt de BOR in?

Voor de heffing van de Successiewet 1956 houdt de BOR in grote lijnen het volgende in:

  1. Gedurende 5 jaar renteloos uitstel van betaling voor het verschuldigde successierecht dat toerekenbaar is aan 75% van de verkregen aanmerkelijk belangaandelen; de zogenoemde voorwaardelijk onbelaste geconserveerde waarde. Het komt er feitelijk op neer dat een vrijstelling wordt verleend.
  2. Gedurende maximaal 10 jaar rentedragend uitstel van betaling voor het verschuldigde successierecht dat kan worden toegerekend aan (de resterende) 25% van de verkregen aanmerkelijk belangaandelen; de zogenoemde voorwaardelijk belaste geconserveerde waarde.
    In het wetsvoorstel Wijziging van de Successiewet 1956 is voorgesteld het vrijstellingspercentage te verhogen van 75 naar 90.

Voorbeeld

Een vader heeft 100% van de aandelen in een holding en de holding heeft 5% van de aandelen in een werkmaatschappij. Vader heeft twee kinderen die beiden erfgenaam zijn. Vader overlijdt. De kinderen verkrijgen een direct aanmerkelijk belang van 50% in de holding en een indirect belang van 2,5% in de werkmaatschappij. Aangezien de vader een indirect aanmerkelijk belang van 5% in de werkmaatschappij had, komen de kinderen ook voor de BOR in aanmerking.

Wat gebeurt er als de kinderen overlijden?

De kinderen hadden in leven een indirect belang van minder dan 5%, namelijk 2,5%. Hun erfgenamen kunnen op basis van de voorgestelde versoepeling ook in aanmerking komen voor de BOR. De ondergrens wordt een belang van 0,5% in de werkmaatschappij.

Let op!

Als u een aandelenpakket erft van iemand die in het verleden recht had op de BOR, dan kunt u daar ook voor in aanmerking komen. Wel moet uw verkrijging een belang van minimaal 0,5% vertegenwoordigen in een actieve werkmaatschappij.