Some image
  

Eindejaarstips voor particulieren

Schenkingsvrijstellingen 2009

Heeft u de belastingvrije schenkingen aan kinderen, kleinkinderen en goede doelen al benut? De bedragen voor 2009 zijn als volgt:

  • jaarlijkse schenking aan kinderen: maximaal € 4.556 per kind;
  • eenmalige schenking aan kinderen (of hun huwelijkspartner, of hun geregistreerde partner): maximaal € 22.760 per kind. Het kind moet tussen de 18 en 35 jaar oud zijn en vóór 1 maart 2010 moet er een schenkingsaangifte worden ingediend (waarin een beroep wordt gedaan op de vrijstelling);
  • schenking door grootouders: maximaal € 2.734 per kleinkind per kalenderjaar (voorheen was dit per twee jaar).

U mag natuurlijk altijd meer schenken dan de bovengenoemde bedragen, maar over het meerdere moet de begunstigde dan wel schenkingsrecht betalen.

Let op: schenkingen aan goede doelen (zoals kerkelijke en charitatieve instellingen) zijn geheel vrijgesteld van schenkingsrecht. Hoe hoog het bedrag ook is. Het goede doel dient echter wel officieel erkend te zijn, door middel van een zogenaamde ‘Anbi-verklaring’. Anbi staat voor: ‘algemeen nut beogende instelling’. De lijst met erkende instellingen vindt u op www.anbi.nl.

Vanaf 1 januari 2009 hebben ook sportclubs de Anbi status, mits ze aangesloten zijn bij een landelijke sportorganisatie. Maar pas op: giften aan sportclubs zijn niet aftrekbaar voor de inkomstenbelasting (zoals dat wel het geval is bij giften aan normale Anbi’s).

Nieuwe regeling voor Anbi en Sbbi

De huidige Anbi-regeling wordt gewijzigd. De nieuwe regeling vereist dat het goede doel zich voor minstens 90% richt op het algemeen nut. Nu is dat nog 50%. Een instelling die niet aan de 90%-eis voldoet, maar zich wel richt op een particulier belang (zoals een sportclub, drumband, dorpshuis, etc.), kan nog wel in aanmerking komen voor een soort halve Anbi-status, genaamd Sbbi (sociaal belang behartigende instelling).

Giften aan een Sbbi mogen niet afgetrokken worden van de inkomstenbelasting, maar zijn wel vrijgesteld van successierecht.

Belasting terugvragen met T-biljet

Tot en met 31 december 2009 kunt u nog een T-biljet indienen voor het belastingjaar 2004 (of voor latere jaren natuurlijk). Dat is niet alleen zinvol voor mensen die gedurende een korte periode inkomen hebben genoten, zoals vakantiewerkers, maar ook als u achteraf recht blijkt te hebben op een hogere heffingskorting. Deze faciliteiten kunnen van toepassing zijn als u alleenverdiener of alleenstaande ouder bent geworden. Alleen bedragen boven € 13 (of € 14 over 2009) komen in aanmerking voor teruggave.

Een T-biljet mag betrekking hebben op de vijf voorgaande jaren, met steeds dezelfde drempel van € 13 (t/m 2008) respectievelijk € 14 (over 2009).

Waarschuwing: houd er rekening mee dat u bij onnadenkend indienen van een T-biljet juist een aanslag kunt krijgen, in plaats van een teruggave. Laat dus tijdig een proefberekening door ons maken, om te kijken of het zinvol is een T-biljet in te dienen.

Optimaal beleggen in box 3

Er zijn verschillende mogelijkheden om het belastbare vermogen omlaag te krijgen. Hieronder laten we zien hoe u dat doet.

 

Fiscaalvriendelijke beleggingen

Fiscaalvriendelijke beleggingen zijn er in verschillende soorten en maten (zie schema).

Maatschappelijke beleggingen en het verstrekken van venture capital (durfkapitaal) kunnen gebruikt worden om het heffingvrije vermogen te verhogen met maximaal € 55.145. Voor beide soorten beleggingen kan de verhoging apart verkregen worden en bij ‘fiscale partners’ — zoals echtgenoten — mag het bedrag nog eens verdubbeld worden. De maximale verhoging van het heffingvrije vermogen komt daarmee op maximaal viermaal € 55.145 is € 220.580.

Onder ‘maatschappelijke beleggingen’ wordt verstaan: beleggingen in aangewezen groenfondsen en aangewezen sociaal-ethische fondsen.

Onder ‘het verstrekken van durfkapitaal’ wordt verstaan:

  • directe beleggingen in de vorm van een -geregistreerde en achtergestelde- lening aan een beginnend ondernemer (natuurlijk persoon of ‘kleine’ bv);
  • indirecte beleggingen in aangewezen durfkapitaalfondsen;
  • culturele beleggingen.

Let op: naast de verhoging van het heffingvrije vermogen geldt voor dit soort beleggingen (met uitzondering van de indirecte beleggingen in durfkapitaal) nog een extra heffingskorting van 1,3% over het vrijgestelde bedrag. De heffingskorting mag afgetrokken worden van de te betalen belasting.

Een voorbeeld. Stel dat u € 40.000 maatschappelijk belegd heeft, en dat u bovendien € 40.000 aan durfkapitaal heeft uitgezet (rechtstreeks of cultureel). Aangezien beide bedragen binnen het maximum van € 55.145 vallen (en dus vrijgesteld zijn van de vermogensheffing in box 3), mag u nog tweemaal 1,3% van € 40.000 in mindering brengen op uw belastingafdracht. Dat is: tweemaal € 520 is € 1.040. De extra heffingskorting geldt niet voor indirecte beleggingen in durfkapitaal.

Waarschuwing: het feit dat een belegging fiscaalvriendelijk is, betekent niet automatisch dat het ook een goede belegging is. Nog afgezien van de rendementsontwikkeling moet je altijd rekening houden met de mogelijkheid dat de fiscale faciliteit tussentijds wordt afgeschaft.

Aangewezen beleggingsfondsen

We zetten de mogelijkheden voor u op een rijtje:

  • culturele beleggingen: Triodos Cultuurbank bv, Triodos Cultuurfonds en VastgoedCultuurFonds.
  • sociaal-ethische beleggingen: ASN Novib Fonds, Oikocredit Nederland Fonds, Stichting NOTS Investments enTriodos Fare Share Fund;
  • groenfondsen: bijna elke bank heeft wel een aangewezen groenfonds.
    Bron: www. belastingdienst.nl

Algemene vrijstelling voor iedereen

Van het totale vermogen van de belastingplichtige is € 20.661 per persoon vrijgesteld. Voor fiscale partners wordt dit bedrag verdubbeld. Dit wordt het ‘heffingvrije vermogen’ genoemd.

Algemene vrijstelling voor kinderen

Het heffingvrije vermogen mag verhoogd worden met € 2.762 per minderjarig kind.

Algemene vrijstelling voor ouderen

Belastingplichtigen die eind 2009 -of bij het eind van de belastingplicht- 65 jaar of ouder zijn, kunnen onder bepaalde voorwaarden gebruik maken van de zogenaamde ouderentoeslag (de onderstaande inkomensgrenzen gelden vóór inachtneming van de persoonsgebonden aftrek):

  • bij een inkomen van maximaal € 13.978,- bedraagt de ouderentoeslag maximaal € 27.350;
  • bij een inkomen boven € 13.978 en maximaal € 19.445 bedraagt de ouderentoeslag maximaal € 13.675;
  • bij een inkomen boven € 19.445 komt men niet meer in aanmerking voor ouderentoeslag;
  • het vermogen mag (na aftrek van het heffingvrije vermogen) niet hoger zijn dan € 273.391per persoon (dus € 546.782 voor fiscale partners).

Bijzondere vrijstellingen

Voor sommige bezittingen gelden bijzondere vrijstellingen:

  • bossen, natuurterreinen en onbebouwde gedeelten van aangewezen landgoederen;
  • voorwerpen van kunst en wetenschap, voor zover niet bedoeld als belegging (bijvoorbeeld: schilderijen die in de kamer hangen);
  • voorwerpen die niet van u zijn, maar die u krachtens erfrecht wel mag gebruiken (zoals de oude Jaguar die uw kinderen geërfd hebben maar waar u zelf in mag blijven rijden); ook in dit geval mogen de voorwerpen niet bedoeld zijn als belegging;
  • rechten op kapitaalsuitkeringen bij overlijden van uzelf, uw partner of bloed- en aanverwanten, of op prestaties in natura voor een begrafenis (bijvoorbeeld: uitvaartverzekeringen), voor zover het verzekerde kapitaal of de waarde van de polis niet meer bedraagt dan € 6.703 per persoon;
  • rechten op kapitaalsuitkeringen bij invaliditeit, ziekte of ongeval.

Lijfrenteaftrek 2009

Voor lijfrentepremies gelden twee soorten aftrek: de jaarruimte en de reserveringsruimte. Hieronder vindt u de mogelijkheden:

  • Aftrek in het kader van de jaarruimte is in principe mogelijk, mits de desbetreffende lijfrente aantoonbaar bedoeld is ter compensatie van een eventueel pensioentekort. Per geval moet uitgerekend worden hoeveel er afgetrokken mag worden.
  • Aftrek in het kader van de reserveringsruimte wordt -net als bij de jaarruimte- getoetst en moet eveneens per geval berekend worden. Essentieel is hier dat er teruggekeken wordt naar de zevenjarige periode die voorafgaat aan 1 januari 2009 (had u vanaf 2002 een pensioentekort?).
  • Voor beide opties geldt: om in aanmerking te komen voor aftrek in 2009, kunt u de premie nog betalen tot en met 31 maart 2010, mits de aanslag nog niet onherroepelijk vaststaat.

Vermogensrendementsheffing drukken

De vermogensrendementsheffing in box 3 is gebaseerd op het gemiddelde van twee peildata: 1 januari en 31 december. Dus als u al van plan was om vermogensbestanddelen uit box 1 of box 2 te verkopen (een eigen huis, een ter beschikking gesteld pand, AB-aandelen, etc.), dan kunt u de verkoop daarvan het beste ‘over de jaarwisseling heen tillen’. Anders wordt de verkoopopbrengst op 31 december bij uw vermogen geteld. En omgekeerd: als u van plan bent om dergelijke vermogensbestanddelen te gaan kopen (met eigen geld), dan kunt dat het beste vóór de jaarwisseling doen.

Tip voor dga’s

Bij het uitkeren van dividend draagt de bv 15% dividendbelasting af, waarna de dga zelf nog 10% bijbetaalt voor de inkomstenbelasting (totaal: 25% belastingheffing). Het kan dus handig zijn om tijdig een voorlopige aanslag aan te vragen. Zo vermijdt u de heffingsrente en verlaagt u de grondslag voor box 3.

Aftrekposten

Datgene wat als aftrekpost in aanmerking komt, maar betrekking heeft op volgend jaar, mag u al dit jaar betalen en aftrekken (met uitzondering van vooruitbetaalde rente voor de eigen woning, die betrekking heeft op een periode die eindigt na 30 juni 2010). Hieronder geven we enkele mogelijkheden.

 

Ziektekosten

Met ingang van 1 januari 2009 is de mogelijkheid om ziektekosten (tegenwoordig ‘specifieke zorgkosten’ genoemd) af te trekken, grotendeels vervallen. Toch kan het nuttig zijn om na te gaan of u door het vooruitbetalen van rekeningen de drempel voor dit jaar kunt slechten, aangezien sommige ‘zorgkosten’ nog wél aftrekbaar zijn.

Drempels per fiscale partner:

  • verzamelinkomen tot € 7.152 per jaar: drempel € 118;
  • verzamelinkomen € 7.152 tot € 38.000 per jaar: drempel 1,65% van het verzamelinkomen;
  • verzamelinkomen € 38.000 per jaar of meer: drempel € 627 plus 5,75% van het meerdere boven € 38.000.

Aftrekbare ziektekosten (pardon, zorgkosten):

  • geneeskundige hulp (met uitzondering van ooglaseren ter vervanging van een bril);
  • ziekenvervoer;
  • medicijnen op doktersvoorschrift;
  • overige hulpmiddelen die op voorschrift verstrekt zijn (met uitzondering van bril en contactlenzen);
  • extra gezinshulp (hiervoor geldt een aparte drempel);
  • medische dieetkosten (hiervoor gelden forfaitaire bedragen);
  • extra kleding en beddengoed (hiervoor gelden forfaitaire bedragen);
  • reizen voor regelmatig ziekenbezoek (volgens tabel).

Al dit soort uitgaven heeft -fiscaal gezien- betrekking op:

  • uzelf, uw partner en uw kinderen tot 27 jaar;
  • inwonende broers, zussen en ouders;
  • ernstig gehandicapte personen van 27 jaar of ouder, die tot het huishouden behoren.

Scholingsuitgaven

Uitgaven voor het volgen van een opleiding of een studie zijn aftrekbaar als ze betrekking hebben op het verwerven van (meer) inkomen uit werk en als ze hoger zijn dan € 500. Het maximaal aftrekbare bedrag is € 15.000 (of meer, als u voldoet aan een aantal specifieke voorwaarden).

De volgende uitgaven mogen niet meegerekend worden:

  • uitgaven voor levensonderhoud, waaronder huisvesting, voedsel, drank, genotmiddelen en kleding;
  • werk- en studieruimten en de inrichting daarvan;
  • reis- en verblijfkosten, waaronder excursies en studiereizen.

Ook de uitgaven voor een ‘procedure erkenning verworven competenties’ (EVC-procedure) vallen onder de scholingskosten. Het gaat daarbij om de kosten die je maakt om praktijkervaring om te laten zetten in een getuigschrift (officieel: ‘ervaringscertificaat’).

Giften

Het kan zinvol zijn om dit jaar nog een aantal giften te doen. Voor niet-periodieke giften geldt namelijk een drempel van 1% van het (gezamenlijk) verzamelinkomen vóór persoonsgebonden aftrek, met een minimum van € 60 en een maximum van 10% van het (gezamenlijk) verzamelinkomen vóór persoonsgebonden aftrek.

Houd verder rekening met de volgende zaken:

  • maakt u autokosten voor een goed doel, dan is dit jaar maximaal 19 cent per kilometer aftrekbaar als gift;
  • giften vanuit een bv kunnen heel gunstig zijn!

En omgekeerd: als u dit jaar géén kans maakt om een van de drempels te slechten, dan kunt u overwegen om het betalen van de rekeningen die u nu heeft liggen, uit te stellen tot volgend jaar.

Aandachtspunten

  • Rijdt u jaarlijks niet meer dan 500 kilometer privé in een auto van de zaak, werk dan voor 31 december uw kilometeradministratie bij.
  • Alle woon-werkkilometers gelden als zakelijke kilometers. (Maar dan ook echt álle woon-werkkilometers, hoe vaak u ook op en neer naar huis rijdt. Dus ook de lunchkilometers.)
  • Heeft u een testament, controleer dan of dat nog aansluit op uw huidige situatie.
  • Bent u getrouwd (of heeft u een geregistreerd partnerschap), controleer dan of uw huwelijksgoederenregime nog ‘bijgewerkt’ moet worden. Bijvoorbeeld wat de verdeling van inkomen, winst of vermogen betreft.
  • Ga na of de huwelijksvoorwaarden (respectievelijk de partnerschapsvoorwaarden) eventueel omgezet moeten worden naar een gemeenschap van goederen of omgekeerd.
  • Woont u ongetrouwd samen (ook zonder geregistreerd partnerschap) en wilt u toch als fiscale partners door het leven gaan, overweeg dan om vóór 31 december een notarieel samenlevingscontract met wederzijdse verzorgingsplicht te sluiten. Dit kan voordelen opleveren bij de aangifte inkomstenbelasting en bij eventuele successierechten bij overlijden.

Wat het laatste punt betreft: bij het ter perse gaan van deze nieuwsbrief was nog niet zeker of de wet gaat veranderen en zo ja, hoe. Maar áls het gebeurt, gebeurt het per 1 januari 2010. Stel dat uw partner overlijdt op 2 januari, dan moet u de wederzijdse verzorgingsplicht dus wel geregeld hebben. Want met een overleden partner kun je geen contract meer sluiten…