Nieuwsbrief Mei 2009

Fiscaal

Fiscale gevolgen van de crisis

Op dit moment, ten tijde van het samenstellen van deze nieuwsbrief, overweegt het kabinet het btw-tarief voor onderhoud van woningen en kantoren te verlagen van 19% naar 6%. Deze maatregel moet de bouwsector stimuleren en de economie aanjagen.

Verder is er al een ondersteuningsmaatregel genomen voor het bedrijfsleven door aanpassing van de Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving. IB en VPB ondernemingen mogen nieuwe bedrijfsmiddelen die zij in 2009 of 2010 aanschaffen, in twee jaar afschrijven (met 50% per jaar). Uitzonderingen zijn: gebouwen, grond, weg en waterbouwkundige werken, dieren, immateriële activa (ook software), motorrijwielen en personenauto’s. Taxi’s en zeer zuinige personenauto’s mogen wel willekeurig worden afgeschreven.

De kredietcrisis heeft niet alleen nadelen, maar biedt ook kansen, onder andere bij bedrijfsopvolging. Voor familiebedrijven is dit een gunstig moment om het bedrijf over te dragen aan een familielid. Omdat de onderneming in deze slechte tijden minder waard is, kan de overdracht tegen een aanzienlijk lagere fiscale waarde plaatsvinden. In betere tijden kan de opvolger dan profiteren van de waardestijging van het bedrijf.

Inkeerregeling steeds populairder

Steeds meer belastingplichtigen maken gebruik van de inkeerregeling voor verzwegen spaargelden en vermogen in het buitenland. Op dit moment noteert de belastingdienst twee inkeerders per dag! Sinds de regeling werd ingevoerd, heeft de fiscus een bedrag van EUR 157 miljoen geïncasseerd van in totaal 5.000 belastingplichtigen. In 2008 ging het om een bedrag van EUR 22 miljoen aan rente en naheffingen.

Meestal gaat het om vermogen in Zwitserland, Luxemburg of Liechtenstein. Bij een beroep op de inkeerregeling ziet de fiscus in principe af van vergrijpboetes en strafrechtelijke vervolging. Wel wordt rente in rekening gebracht , plus een verzuimboete. Vanzelfsprekend dient ook de achterstallige belasting betaald te worden.

Tal van fiscale paradijzen hebben inmiddels al aangekondigd meer openheid richting fiscus te gaan betrachten.

Wat is negatief loon?

Kosten in verband met de dienstbetrekking zijn niet aftrekbaar, maar als een werknemer verplicht kosten maakt voor de werkgever, geldt dat als negatief loon. Wanneer is er sprake van negatief loon? Twee recente uitspraken scheppen daar meer helderheid over.

Bij het Hof Arnhem diende een zaak van een boekhouder die zijn werkgever door slordigheid opzadelde met onnodige aangiften en boetes. De boekhouder betaalde deze kosten uit eigen zak om zijn baan niet te verliezen en de werkgever voelde er niets voor om de kosten over te nemen. De inspecteur vond dat het hier om niet aftrekbare verwervingskosten ging omdat de boekhouder niet verplicht was deze kosten te maken. Het Hof was het hier niet mee eens, omdat de werknemer op basis van het Burgerlijk Wetboek de wettelijke plicht had om de schade aan zijn werkgever te vergoeden. Dat het niet tot een schadevergoeding was gekomen omdat de boekhouder de zaak zelf met de belastingdienst had opgelost, deed er volgens het Hof niet toe. De betaling was volgens het Hof dus wel degelijk te beschouwen als een verplichte schadevergoeding en gold daarom als negatief loon.

Het Hof Amsterdam boog zich over de vraag of een schadevergoeding vanwege het overtreden van een concurrentiebeding als negatief loon mocht gelden. De inspecteur vond van niet, met het argument dat de kosten voortvloeiden uit de nieuwe dienstbetrekking. Volgens het Hof hingen de kosten echter samen met het arbeidscontract met de oude werkgever en ging het wel degelijk om negatief loon.

Lease truc ging niet op

Een kilometervergoeding voor zakelijk gereden kilometers en woon-werkverkeer met een privéauto leidt niet tot een bijtelling op grond van het autokostenforfait. Zo’n bijtelling kan wel volgen als een werknemer de werkelijke autokosten vergoed krijgt van de werkgever, want dan gelden dezelfde regels als voor een auto van de zaak.

Een accountant in loondienst dacht slim te zijn door zichzelf elke maand het maximale leasebedrag dat bij zijn functie hoorde, te laten uitbetalen voor het gebruik van zijn eigen auto. Dat bedrag, ter hoogte van EUR 7.988, trok hij bij zijn aangifte af van zijn loon. Wel verhoogde hij zijn inkomen door zijn privéauto op te voeren als auto van de zaak, waarbij hij EUR 4.515 (25% van de cataloguswaarde, het gebruikelijke bijtellingpercentage voor een wagen van de werkgever) opnam als voordeel privégebruik. Die vlieger ging niet op.

De Hoge Raad oordeelde dat er geen verband bestond tussen de vaste maandelijkse vergoeding en de werkelijke zakelijke autokosten die de accountant maakte, zodat de regeling van het autokostenforfait in dit geval niet gold. De vergoeding was daarom volledig belast als loon. De accountant was nu duurder uit dan wanneer hij een aanzienlijk deel van zijn kosten als onbelaste reiskostenvergoeding had laten uitbetalen…

Boete moet in verhouding staan tot vergrijp

Autodealers moeten auto’s die zich op de openbare weg bevinden, voorzien van een groen handelarenkenteken. Een handelaar die twaalf auto’s uit de showroom tijdelijk op de weg parkeerde om een andere auto naar buiten te rijden, kreeg van de inspecteur een boete van twaalf maal EUR 313 omdat de uitgeparkeerde auto’s geen groen kenteken hadden.

De Rechtbank Den Haag vond die boete niet in verhouding staan tot de ernst van het vergrijp en verlaagde de boete tot EUR 9 per geparkeerde auto. Daarbij nam de rechter ook in overweging dat de inspecteur behulpzamer had kunnen zijn bij het aanvragen van meer handelaarkentekens bij de Dienst Wegverkeer, omdat de handelaar verklaarde dat hij daar problemen mee had gehad.

Inspecteur gaat niet over functiegroepen

Een werkgever kan — tot op zekere hoogte — zelf de cao-functie van zijn personeel bepalen en de inspecteur kan dat niet zomaar corrigeren, zo blijkt uit een recente uitspraak van de Rechtbank Haarlem.

Het ging om een restauranthouder annex kok die zes studenten parttime in dienst had voor de bediening. Hij had ze ingedeeld in de cao functiegroep ‘hulp bediening’, maar de inspecteur vond dat ze thuishoorden in de hogere categorie ‘medewerker bediening’. Daarom kreeg de werkgever een naheffing. Bij die hogere categorie geldt ook een hoger loon, zodat er op grond van de wettelijke regeling een hoger bedrag tussen het cao-loon en het werkelijke loon bijgeteld dient te worden.

De rechtbank vond echter dat de kok vanuit zijn keuken persoonlijk contact had met zijn gasten, en voortdurend toezicht hield op de bediening die hij aanstuurde. Daarom was de kwalificatie ‘hulp bediening’ gerechtvaardigd. Bovendien heeft een werkgever bij het bepalen van het normloon een zekere beoordelingsvrijheid, vond de Rechtbank. De naheffingsaanslag en de boete werden daarom vernietigd.

Je oude moeder helpen is geen morele verplichting

Het successierecht kent het begrip ‘natuurlijke verbintenis’, bedoeld voor situaties waarin een morele verplichting bestaat die niet juridisch afdwingbaar is. Verkrijgingen uit een natuurlijke verbintenis zijn onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van schenkings of successierecht. Maar wanneer is iets een natuurlijke verbintenis oftewel een dringende morele verplichting?

De Rechtbank Haarlem boog zich over een zaak waarbij een zoon zijn moeder de helft van een appartementsrecht gaf van de woning die de moeder bewoonde en waarvan zij zelf de andere helft bezat. De inspecteur legde een aanslag op, maar daar waren moeder en zoon het niet mee eens. De zoon had de schenking gedaan zodat zijn moeder, die het door een bedrijfsfaillissement en het overlijden van haar man zwaar had gehad, uit de overwaarde van het huis een appeltje voor de dorst kon vrijmaken.

De rechter twijfelde niet aan de goede bedoelingen van de zoon, maar zag de morele noodzaak van de schenking niet in omdat de moeder de overwaarde ook kon benutten met de helft die ze zelf al bezat. De moeder moest daarom toch schenkingsrecht betalen over de taxatiewaarde van het huis.

Kosten voor mediation waren niet aftrekbaar

Een geschil tussen de inspecteur en een belastingplichtige kan soms worden opgelost door inschakeling van een mediator, ter voorkoming van een rechtszaak. Iemand die via mediation een schikking trof over de verkrijgingsprijs van aandelen, wilde de mediationkosten in mindering brengen op deze prijs. Daar ging de inspecteur niet mee akkoord waarna alsnog een rechtsgang volgde.

De Hoge Raad bepaalde onlangs dat de mediationkosten niet aftrekbaar waren omdat er geen onmiddellijk verband was met de verkrijging of vervreemding van de aandelen.

19 Cent per kilometer is méér dan genoeg

De staatssecretaris van Financiën heeft de Tweede Kamer cijfers gestuurd waaruit zou blijken dat de vrijgestelde vergoeding van 19 cent per kilometer voor vrijwel alle autotypes ruimschoots toereikend is. Alleen bij luxe auto’s als een Jaguar XF 3.0 en een VW Phaeton diesel zouden de kosten hoger zijn.

De staatssecretaris baseert zich op tabellen van de ANWB en Nibud/Consumentengids, maar heeft alleen de variabele kosten (brandstof, reparatie en onderhoud) in beschouwing genomen. De vaste kosten van afschrijving, verzekering en motorrijtuigen-belasting zijn niet meegenomen in de berekeningen. Gebeurt dat wel, dan blijken de kosten per kilometer voor een auto uit de compacte klasse al 31 cent te bedragen en voor een middenklasser 48 cent, zo wijzen de tabellen van de Consumentenbond uit.

Vergoeding voor consumpties onder werktijd

Een werkgever mag een werknemer onder werktijd gratis consumpties verstrekken (koffie, thee, limonade, fruit). In plaats daarvan mag een werkgever een werknemer ook een vrije vergoeding geven van 55 cent per dag (EUR 2,75 per week). De vergoeding geldt ook voor thuiswerkende dga’s. Zij mogen op jaarbasis een vergoeding van EUR 120 ontvangen.

Controleer uw toeslagbeschikking

Als u toeslagen ontvangt voor zorg, huur of kinderopvang, doet u er goed aan het verzamelinkomen op de toeslagbeschikking te controleren. De fiscus keert de toeslagen namelijk uit op basis van een schatting, die meestal gebaseerd is op het inkomen van 2007. Als uw inkomen sindsdien sterk is gewijzigd, kunt u een te hoge of te lage toeslag krijgen.

Bij een te hoge toeslag moet u het geld dat u te veel heeft gekregen terugbetalen, verhoogd met heffingsrente. Dat kunt u voorkomen door het gewijzigde inkomen door te geven aan de fiscus.

Fiscale naam nummercontrole is te duur

De fiscus gaat niet controleren of bij terugbetalingen de naam bij het rekeningnummer hoort (zoals de Giro bijvoorbeeld wel doet) want dat is te kostbaar in vergelijking met het aantal verkeerde overschrijvingen. Volgens de staatssecretaris vinden er jaarlijks maar 4.000 onjuiste uitbetalingen plaats, oftewel 0,003% van het totaal. Wel onderneemt de belastingdienst stappen om het geld terug te vorderen als de ontvanger er geen recht op blijkt te hebben.

Als de fiscus uitbetaalt op een ander rekeningnummer dan het door de belastingplichtige opgegeven nummer, of op een nummer dat niet op zijn of haar naam staat, is de betaling niet geldig en betaalt de fiscus opnieuw uit. Als de belastingplichtige zelf een verkeerd nummer heeft opgegeven, ligt het risico voor verkeerde uitbetaling bij de belastingplichtige.

Naam-nummerfouten treden vooral op in echtscheidingssituaties.

Gratificaties waren niet aftrekbaar

Bv A verkocht in 2000 aan bv B voor 8 miljoen gulden haar deelname in een groep waarmee zij een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting vormde. Onderdeel van de deal was dat de medewerkers van de groep in totaal 500.000 gulden aan gratificaties zouden krijgen. Dit bedrag werd betaald door de groep en bv B betaalde bv A 8 miljoen gulden.

Bij de aangifte vennootschapsbelasting 2000 voerde bv A als opbrengst van de verkoop een bedrag op van 8,5 miljoen gulden en bracht daarop 500.000 gulden in mindering voor de uitbetaalde gratificaties als kosten in verband met de verkoop van de deelneming.

Daar ging de Rechtbank Den Haag niet mee akkoord, met als argument dat die 500.000 gulden niet ten laste van bv A was gekomen. Dat in de verkoopovereenkomst met bv B stond dat een deel van de koopsom bestemd was voor de werknemers van de groep, deed niet ter zake, aangezien dat bedrag niet eerst betaald was aan bv A.

Voortijdig bezwaar maken soms toegestaan

Gemeentes voorzien hun belastingaanslagen soms van een latere datum dan de verzenddatum, waardoor ze ‘te vroeg’ binnenkomen. Dat heeft gevolgen voor de bezwaarprocedure, die meestal gekoppeld is aan een termijn ná de dagtekening van de aanslag.

Een gemeente verklaarde een bedrijf dat bezwaar aantekende tegen de hoogte van de precariobelasting niet ontvankelijk omdat het bedrijf vóór de dagtekening van de aanslag bezwaar had aangetekend. De Rechtbank Den Haag oordeelde echter dat het bedrijf na ontvangst van de aanslagen van de gemeente redelijkerwijs mocht veronderstellen dat bezwaar maken vanaf dat moment mogelijk was. De gemeente moest het bezwaar alsnog in behandeling nemen.

‘Geen bezwaar’ is geen medisch voorschrift

Kosten van een medische behandeling waren tot en met 31 december 2008 alleen aftrekbaar (als buitengewone uitgaven) wanneer een arts de behandeling had voorgeschreven. Soms geeft de behandelend arts aan geen bezwaar te hebben tegen een alternatieve therapie als reguliere behandelingen geen succes hebben, maar dat is niet hetzelfde als een voorschrift en leidt dus niet tot aftrekbaarheid.

De Rechtbank Den Haag oordeelde onlangs dat een behandeling alleen aftrekbaar is als deze plaatsvindt onder begeleiding van een erkend arts of als de medische wetenschap de behandeling erkent. De chelatietherapie (door de rechter ‘chelaattherapie’ genoemd) waar het in dit geval om ging, geldt niet als een medisch erkende behandeling.

Zelfstandigenaftrek in firmaverband

Echtgenoten die in firmaverband werken, hebben alleen beiden recht op zelfstandigenaftrek als beide partners een essentiële, niet alleen ondersteunende functie hebben binnen het bedrijf, die ze ook zouden hebben kunnen uitoefenen als ze niet getrouwd waren.

Er zijn de laatste tijd vier uitspraken gedaan die verduidelijken wanneer er wel of niet recht is op zelfstandigenaftrek.

Wel zelfstandigenaftrek:

  • een onderneming gericht op verkoop, opbouw en onderhoud van hydraulische systemen voor vrachtauto’s. De man hield zich fulltime bezig met de verkoop; de vrouw deed 32 uur per week de administratieve, organisatorische, personele en financiële zaken en bestuurde een van de twee vestigingen. Het Hof Arnhem oordeelde dat ze allebei een wezenlijke rol hadden in de onderneming op basis van hun kwaliteiten. Hun taakverdeling zou ook kunnen bestaan als ze geen relatie met elkaar hadden;
  • een metaalmontagebedrijf waarin de vrouw inkoop en binnendienstwerkzaamheden deed. Volgens het Hof Den Bosch waren deze activiteiten niet ondersteunend, maar kwamen ze rechtstreeks ten goede aan de omzet van het bedrijf. Bovendien was haar werk complementair aan dat van haar man;
  • een tandtechnisch laboratorium waarin de echtgenote naast ondersteunende taken ook voor meer dan 30% per week uitvoerende tandtechnische werkzaamheden verrichtte. Deze activiteiten genereerden omzet volgens het Hof Arnhem. Bovendien zou de vrouw het bedrijf zelfstandig kunnen voortzetten zonder haar man, als zij een tandtechnicus in dienst zou nemen.

Geen zelfstandigenaftrek:

  • een ‘paraveterinair verpleegkundige’ deed in de dierenartspraktijk van haar echtgenoot alleen ondersteunend werk (administratie, opvang, afspraken maken, schoonhouden praktijkruimte en assisteren bij behandelingen). Daarom had de inspecteur haar volgens de Hoge Raad terecht zelfstandigenaftrek geweigerd.

Vordering op oplichter mag weggestreept

Bent u het slachtoffer geworden van een malafide vermogensbeheerder? Dan mag u uw vordering op nul stellen in box 3. Dat blijkt uit recente uitspraken van de Rechtbank Arnhem en de Rechtbank Leeuwarden.

In beide gevallen hield de inspecteur vast aan de nominale waarde van de belegging, met het argument dat aan het eind van het desbetreffende belastingjaar nog niet bekend was dat ze met een oplichter in zee waren gegaan. De rechtbanken oordeelden echter dat hun geld op dat moment feitelijk al in rook was opgegaan, al zouden ze dat later pas ontdekken. Ze mochten hun vordering op de oplichter op nihil waarderen in hun aangiftes.

Boete over schatting

Een horecaondernemer kreeg navorderingsaanslagen en boetes over 1999 en 2000 omdat zijn administratie niet deugde. De inspecteur maakte vervolgens een schatting van de werkelijke omzet en stelde dat het aan de ondernemer was om aan te tonen dat die schatting onjuist was.

De ondernemer procedeerde tot aan het Hof Amsterdam, omdat hij deze omkering van de bewijslast onredelijk streng vond. Het Hof vond het ontbreken van dagkasstaten en kassarollen uit die jaren echter ernstig genoeg om omkering van de bewijslast te rechtvaardigen. De navorderingsaanslagen bleven gehandhaafd. Wel werden de boetes gehalveerd wegens persoonlijke omstandigheden en omdat de inspecteur de zaak onnodig traag had afgehandeld.

Geen herinvesteringsreserve na verkoop horecaonderneming

Bij de verkoop van een onderneming mag van de boekwinst een herinvesteringsreserve worden gevormd voor een nieuwe onderneming. Voorwaarde is wel dat het nieuwe bedrijf te beschouwen is als een voortzetting van de oude onderneming.

De Rechtbank Arnhem oordeelde dat dit niet het geval was bij een ondernemer die in augustus 2005 zijn snackbar had verkocht en in april 2006 honderd kilometer verderop een nieuwe snackbar was begonnen. Bij de verkoop had hij de goodwill, de handelsnaam, de inventaris, de huurrechten en zijn eigen personeelslid aan de koper overgedaan, zodat er sprake was van staking van zijn onderneming. Dat zijn nieuwe onderneming ook weer een snackbar was, deed er volgens de rechtbank niet toe.

Het Hof Leeuwarden kwam onlangs tot hetzelfde oordeel in een vergelijkbare zaak van een eigenaar van een eetcafé die zijn boekwinst na staking inbracht in een CV. Omdat hij daarna geen winst uit onderneming meer opnam in zijn aangiften, was er kennelijk geen sprake van voortzetting van zijn onderneming in een nieuw horecabedrijf en mocht hij geen vervangingsreserve vormen van de boekwinst.

Deze problemen zouden zich niet hebben voorgedaan als de ondernemers een bv hadden gehad.

Voorlopige aanslag en heffingsrente

Belastingplichtigen kunnen de inspecteur verzoeken een voorlopige aanslag op te leggen. Dat voorkomt betaling van heffingsrente in een later stadium, tenzij het feitelijke inkomen hoger blijkt uit te vallen dan het in het verzoek aangegeven inkomen. In dat geval is heffingsrente verschuldigd over het verschil.

Als de inspecteur bij de voorlopige aanslag een lager inkomen hanteert dan de belastingplichtige zelf heeft aangegeven, is geen heffingsrente verschuldigd, zo heeft het Hof Arnhem onlangs bepaald.

Pensioen over voorperiode bv aftrekbaar van de winst

Een dga nam eind 2001 een pensioenvoorziening van EUR 129.000 op in de balans en bracht dit bedrag ten laste van de winst. Hij had dit bedrag berekend op basis van de diensttijd die was begonnen in de voorperiode van de bv (ten tijde van de ‘bv io’ dus), die liep van 1996 tot november 2001.

De inspecteur ging niet akkoord met de aftrek omdat de pensioenlast onzakelijk zou zijn. De dga ging in beroep omdat hem zou zijn toegezegd dat hij ook pensioen mocht opbouwen in de voorperiode en beriep zich bovendien op een besluit van de staatssecretaris uit 2004 waarin stond dat de voorperiode meetelde als deze voor 1 juni 1999 was begonnen.

Zowel de Rechtbank Breda als het Hof Den Bosch verklaarden het beroep gegrond, omdat de dga onder meer met de jaarrekening kon aantonen dat het van meet af aan de bedoeling was geweest dat hij ook over de voorperiode pensioen zou opbouwen.

Rittenadministratie vereenvoudigd

Bestuurders van bestelauto’s hoeven geen rittenregistratie meer bij te houden. Het volstaat om per dag de werktijd en de begin en eindstand van de kilometerteller bij te houden. Wel moeten uit de administratie van de werkgever de zakelijke bestemmingen van de ritten blijken.

Deze vereenvoudiging bespaart werknemers veel tijd. Privégebruik van de auto tijdens lunch en werktijd is verboden.

Of dit akkoord van de brancheorganisaties met de fiscus een vooruitgang is, staat nog te bezien. Werknemers zijn nu bij administratieve fouten niet meer aanspreekbaar via boetes, zoals in het verleden, terwijl de administratieve last van de werkgever is toegenomen.

Overig nieuws

 

Wetsvoorstel invoering personenvennootschap

Het wetsvoorstel Invoeringswet personenvennootschap is nog op enkele punten gewijzigd, wat tot nieuwe vertraging heeft geleid. De staatssecretaris van Justitie heeft laten weten ernaar te streven om de wet per 1 juli 2009 in te voeren.

Factureren per e-mail

Bedrijven mogen hun facturen sinds half februari 2009 per e-mail versturen, bijvoorbeeld in pdf-formaat, zonder dat ze de echtheid ervan hoeven te waarborgen. Met deze administratieve lastenverlichting kan het bedrijfsleven EUR 600 miljoen per jaar besparen, aldus de staatssecretaris van Financiën. Niet alleen omdat de papier en verzendkosten omlaag gaan, maar ook omdat het verwerken van digitale facturen in principe sneller gaat.

Overleg wel even met uw afnemers of ze elektronische facturen kunnen verwerken. Bij sommige bedrijven is dat (nog) niet het geval.

Pensioen meenemen in crisistijd

De Pensioenwet verplicht pensioenuitvoerders om mee te werken aan een wettelijke individuele waardeoverdracht. Deze verplichting wordt alleen opgeschort als de pensioenuitvoerder een slechte financiële positie heeft, bijvoorbeeld als de dekkingsgraad onder de 100% ligt.

De opschorting is alleen mogelijk als de deelname in het pensioenfonds is begonnen op of na 1 januari 2007. Is de deelname eerder begonnen, dan moet De Nederlandsche Bank controleren of opschorting gerechtvaardigd is op grond van de financiële positie van het pensioenfonds.

Werven via LinkedIn leidde tot boetes

Twee wervingsbureaus hadden schriftelijk vastgelegd dat bureau A niet actief de medewerkers van bureau B zou proberen aan te trekken, op straffe van een boete. Wervingsbureau A benaderde vervolgens toch werknemers van wervingsbureau B, met het argument dat deze via de social networking site LinkedIn hadden aangegeven dat ze open stonden voor informatie over andere banen.

Wervingsbureau A kon bij het Hof Amsterdam echter onvoldoende hard maken dat deze medewerkers inderdaad op zoek waren naar een nieuwe baan. Bovendien vond het Hof deze benaderingsmethode wel degelijk een vorm van actief werven onder de medewerkers van bureau B. Wervingsbureau A moest daarom boetes betalen.


Terug naar het nieuwsbrief archief