Nieuwsbrief Special Groen Geld

Er bestaan tal van regelingen die de duurzaamheid van ons land moeten bevorderen. Ook de belastingdienst heeft allerlei maatregelen getroffen om zowel ondernemers als particulieren te stimuleren hun geld ‘groen’ uit te geven. Het zijn er inmiddels zo veel dat u al snel door de bomen het bos niet meer ziet. In deze nieuwsbrief hebben we daarom het groene fiscale landschap voor u in kaart gebracht.

 

Investeringen en subsidies

 

Wanneer u in 2010 meer dan € 2.200 aan bedrijfsmiddelen besteedt, kunt u mogelijk gebruik maken van een of meer regelingen voor investeringsaftrek.

Er zijn vier soorten investeringsaftrek, waarvan er drie echt groen zijn:

  • KIA – kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Bestemd voor het MKB, voor investeringen in nieuwe of gebruikte bedrijfsmiddelen in het algemeen (dus niet speciaal voor groene bedrijfsmiddelen);
  • EIA – energie investeringsaftrek. Bestemd voor investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen die vermeld staan op de Energielijst van de fiscus;
  • MIA – milieu investeringsaftrek. Bestemd voor investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen die vermeld staan op de Milieulijst van de fiscus;
  • Vamil – willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Biedt liquiditeits- en rentevoordeel. (Strikt genomen is de Vamil natuurlijk geen investeringsaftrek, maar hij wordt er wel vaak mee gecombineerd.)

De KIA

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) is een basis-faciliteit die niet speciaal bedoeld is voor het steunen van groene investeringen, maar die wel als startpunt fungeert. Het is een soort noodzakelijke voorwaarde voor de échte groene belastingfaciliteiten (EIA, MIA en Vamil). Investeringen die niet in aanmerking komen voor de KIA, komen dus ook niet in aanmerking voor een van de groene regelingen.

De KIA geldt voor eenmanszaken, bv’s, vof’en en cv’s. De hoogte van het aftrekpercentage hangt af van de hoogte van de investeringen. Hoe hoger de investeringen, hoe lager de aftrekpost, vandaar de term ‘kleinschaligheid’. Het hoogste percentage is op dit moment (2010) 28% bij investeringen van meer dan € 2.200 maar niet meer dan € 54.000. Het laagste percentage is 0% bij investeringen van meer dan € 300.000. De KIA is overigens aanmerkelijk gunstiger geworden per 2010. Maar nog steeds blijft een verantwoorde timing bij het investeren van groot belang. Meer hierover bij ‘Tips voor uw timing’.

De volgende investeringen komen niet in aanmerking voor de KIA (en dus ook niet voor de overige regelingen):

  • investeringen in bedrijfsmiddelen die minder dan 450 euro kosten;
  • investeringen in woonhuizen, grond, dieren, personenauto’s die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer, vaartuigen voor representatieve doeleinden, effecten, vorderingen, goodwill en publiekrechtelijke vergunningen;
  • investeringen waarbij je verplichtingen aangaat met directe familie;
  • investeringen waarbij privé-vermogen wordt overgebracht naar de onderneming.

De EIA

Investeren in energiezuinige technieken kan belastingvoordeel opleveren via de EIA. Van de desbetreffende bedrijfsmiddelen die u nieuw aanschaft, is 44% extra (bovenop de 28% van de KIA) aftrekbaar bij energie investeringen van minimaal € 2.200. Het bedrijfsmiddel moet wel op de zogenaamde ‘Energielijst’ staan. U vindt die lijst op www.senternovem.nl/eia/energielijst .

Het kan dus aantrekkelijk zijn om in energiebesparing te investeren, bijvoorbeeld in uw bedrijfsgebouwen. U krijgt de EIA als uw gebouw energielabel B (of beter) heeft, of als u twee labels vooruit gaat.

Onder de EIA vallen ook allerlei verlichtingsinstallaties, zonneboilers, klimaatbesparingssystemen en warmte terugwinningsinstallaties. De kosten voor energie-advies zijn eveneens aftrekbaar.

De MIA

De MIA (milieu investeringsaftrek) is vergelijkbaar met de EIA, maar dan voor investeringen in milieuvriendelijke technieken in het algemeen. De investering moet ook hier minstens € 2.200 bedragen en ook in dit geval is er een lijst – de zogenaamde ‘Milieulijst’ – van toegestane bedrijfsmiddelen. Zie: www.senternovem.nl/vamil_mia/milieulijst

In 2010 variëren de MIA-percentages tussen de 35% en 60% van het investeringsbedrag, afhankelijk van de categorie waar de investering onder valt.

Let op: De MIA kan niet gecombineerd worden met de EIA. Het is óf de ene regeling, óf de andere. Wat is het voordeligst? Als u überhaupt kunt kiezen (dus als het om een energie-investering gaat) zult u meestal voor de EIA kiezen, vanwege het percentage van 44%. Bij de MIA liggen de perecntages lager (15 tot 40%). Voldoet u echter in 2010 aan de voorwaarden voor de verhoogde MIA-percentages (35 tot 60%) dan kán de keuze voor de MIA aantrekkelijker zijn.

De Vamil

Met de Vamil (willekeurige afschrijving milieu investeringen) kunt u een MIA-investering op een willekeurig moment afschrijven, waardoor u ook nog eens rentevoordeel en liquiditeitsvoordeel kunt behalen.

De investeringen die in aanmerking komen voor de Vamil, staan op de ‘Milieulijst willekeurige afschrijving milieu investeringen’. Deze overlapt grotendeels met de Milieulijst van de MIA (zie boven).

Let op: de Vamil biedt alleen voordeel als er winst wordt behaald, of als een verlies wordt gecreëerd waardoor geld teruggehaald kan worden door middel van verliescompensatie.

Aanvraagprocedure

Om gebruik te maken van de EIA, de MIA en/of de Vamil, gaat u als volgt te werk:

  • download het aanmeldingsformulier via de website van de belastingdienst (zoek op ‘downloaden’ en de naam van de gewenste regeling);
  • vul het formulier in, en stuur het binnen 3 maanden na het aangaan van de verplichtingen naar: Bureau Investeringsregelingen en Willekeurige Afschrijving (IRWA), postbus 3338, 4800 DH Breda. U krijgt een ontvangstbevestiging die u moet bewaren bij uw boekhouding;
  • verwerk de milieu-investeringsaftrek en/of de willekeurige afschrijving in uw aangifte. Daarna beslist de belastingdienst over uw aangifte.

Voor meer informatie, zie: www.agentschap.nl (een bundeling van diensten van het ministerie van Economische zaken).

Tips voor uw timing

EIA, MIA en Vamil moeten op tijd gemeld worden anders vist u beslist achter het net. De regel is: melden binnen 3 maanden na het aangaan van de verplichtingen. De fiscus houdt streng vast aan deze eis, zodat u de aftrek al snel kunt verspelen als u te laat bent, of als u een fout maakt bij het indienen van de aanvraag (waardoor de aanvraag vertraagd wordt). Hieronder volgen een paar praktische tips.

  • Verstuur uw aanvraag nooit in een (ongefrankeerde) blauwe antwoordenvelop van de belastingdienst. Voor de EIA en de MIA bestaan geen antwoordnummers.
  • Wacht niet tot alles definitief is (wat vooral speelt bij vergunningen, zoals bouwvergunningen). Ook als de vergunning nog niet definitief is, maar de investering al wel is aangegaan – al is het maar voorwaardelijk – moet u de investering aanmelden! (Een kopie van de vergunning hoeft dus niet meegestuurd te worden.)
  • Hevel investeringen die u zelf vergeten bent te melden, niet over naar een andere vennoot. Dat is niet toegestaan. Althans, het kán natuurlijk wel, maar dan kunt u geen aanspraak meer maken op de fiscale tegemoetkomingen.

SDE – Stimulering duurzame energieproductie

Iedereen (dus ook niet-ondernemers) die energie wil produceren op een manier die het milieu zo min mogelijk belast, kan gebruik maken van de SDE regeling (Stimulering duurzame energieproductie). Met deze regeling ondersteunt de overheid projecten die nog net niet uit de kosten komen.

Duurzame energie is energie die niet wordt opgewekt door het verbranden van aardolie, aardgas of steenkool, maar door het gebruik van schone, onuitputtelijke bronnen (hernieuwbare energie). Er zijn vier energiebronnen die in aanmerkingen komen voor subsidie:

  • wind op land;
  • zon;
  • biomassa;
  • waterkracht.

Voor zonnepanelen (in de categorie ‘zon’) konden subsidieaanvragen worden gedaan in twee subcategorieën, voor kleine en grote installaties. Het budget voor de kleine is echter al op, dus nieuwe aanvragen zijn niet meer mogelijk. De regeling voor grote installaties is fors overtekend, zodat er geloot zal moeten worden. Ook hier zijn nieuwe aanvragen niet meer mogelijk.

Voor ‘wind op land’ kunnen tot 1 november 2010 subsidies worden aangevraagd in twee subcategorieën: windturbines met een vermogen kleiner dan 6 MWe en windturbines met een vermogen van 6 MWe of meer.

 

De auto

 

KIA voor zeer zuinige auto’s

Een personenauto die u aanschaft voor uw onderneming, komt in principe niet in aanmerking voor de kleinschaligheids-investeringsaftrek (KIA). Een uitzondering vormen echter (sinds 2010): de ‘zeer zuinige personenauto’s', oftewel aangewezen personenauto’s met een zeer lage CO2-uitstoot en nulemissie-auto’s. Let op: de bekende energielabels (A t/m G) zijn hierbij niet van toepassing.

Als ‘zeer zuinig’ gelden op dit moment (1 juli 2010): de Daihatsu Cuore, de Citroën C1, de Fiat 500, de Toyota Aygo, de Toyota Prius, de Toyota IQ, de Peugeot 107, de Smart ForTwo MHD en de Smart ForTwo CDI. Plus de elektrische auto’s, maar die zijn er op dit moment nog niet of nauwelijks.

Geen motorrijtuigenbelasting voor zeer zuinige auto’s

Het motorrijtuigenbelastingtarief voor zeer zuinige auto’s (zie boven) is in 2010 naar nul gegaan.

Lagere bijtelling

De normale bijtelling voor een auto van de zaak (als u meer dan 500 km privé rijdt), bedraagt 25% van de cataloguswaarde. Als u kiest voor een ‘beetje zuinige’ auto (benzine en dieselauto’s/aardgasauto’s die per kilometer tussen 111 en 140 respectievelijk tussen 96 en 116 gram CO2 per km uitstoten) is de bijtelling 20%.

Bij zeer zuinige auto’s (benzine- en dieselauto’s/aardgasauto’s die per kilometer 110 of minder gram CO2 respectievelijk 95 gram – of minder – CO2 per km uitstoten) is de bijtelling slechts 14%.

Voor nulemissie-auto’s (zoals elektrische auto’s en auto’s die op waterstof rijden) geldt een bijtelling van 0%. Dit geldt tot en met 2014.

Lagere btw-correctie

Een bijkomend voordeel van de aanschaf van een zuinige of zeer zuinige auto is dat u een lagere correctie krijgt voor de omzetbelasting, omdat die gebaseerd is op de (forfaitair bepaalde) bijtelling.

Versneld afschrijven

Bij zeer zuinige auto’s kunt u gebruik maken van de crisismaatregel voor willekeurig afschrijven. Die houdt in dat zeer zuinige auto’s die aangeschaft zijn in 2009 of 2010, in twee jaar afgeschreven mogen worden (met 50% per jaar).

Minder BPM of helemaal geen BPM

Omdat de belasting op personenauto’s en motorrijwielen (BPM) onnodig ingewikkeld is en de aanschaf van innovatieve (zeer) zuinige auto’s niet stimuleert, heeft het kabinet besloten om de BPM vanaf 2010 in vier jaar tijd om te bouwen naar een heffing op basis van CO2 uitstoot.

Kort samengevat:

  • voor ‘gewoon’ zuinige auto’s geldt een korting op de BPM van € 750 in 2010, en € 500 in 2011;
  • zeer zuinige auto’s zijn in elk geval van 2010 tot 2013 vrijgesteld van BPM;
  • de BPM vrijstelling voor elektrische auto’s is verlengd tot 2018.

Vanaf 1 januari 2011 komt er een korting op de BPM voor diesel-personenauto’s die voldoen aan de zogenaamde Euro 6 norm die per 1 september 2014 van kracht wordt. Daarop vooruitlopend geldt in 2011 een korting op de BPM van € 1.500 in 2012 van € 1.000 en in 2013 van € 500. Vanaf 2014 is het aantal diesel-personenauto’s dat voldoet aan de Euro 6 norm naar verwachting zo groot dat de korting overbodig wordt.

Vanaf 1 januari 2011 moeten diesel-personenauto’s standaard een roetfilter hebben. In 2010 geldt voor deze auto’s nog een korting op de BPM van € 300.

Slurptax heeft schijventarief

De ‘slurptax’ voor onzuinige auto’s kent vanaf 2010 een schijventarief, gebaseerd op hun CO2 uitstoot. De schijven voor diesel-personenauto’s gaan ook gelden voor auto’s met een standaard ingebouwde gasinstallatie. Zo wordt rekening gehouden met het feit dat gasauto’s net als dieselauto’s ongeveer 15% tot 20% zuiniger zijn dan benzineauto’s. Wel geldt voor gasauto’s een extra hoge korting van € 1.788. Ter vergelijking: voor benzineauto’s bedraagt de korting in 2010 € 1.288 en voor dieselauto’s geldt een toeslag van € 1.076.

 

Landbouw

 

Rijtje bomen vermindert stakingswinst

Bij het staken van een onderneming moet er afgerekend worden over het verschil tussen de boekwaarde en de vrije waarde. Vanzelfsprekend is er geen belasting verschuldigd als er een vrijstelling geldt.

Behalve de bekende landbouwvrijstelling is er ook de bosbouwvrijstelling. Die laatste is al van kracht als er een rij bomen staat ‘waarvan het opgaande hout bedoeld is om te oogsten’. Bijvoorbeeld een rijtje populieren (maar geen kerstbomen of fruitbomen). Het hoeft dus echt niet om vele hectares te gaan. De waardestijging van dit ‘fiscale bos’ met bijbehorende ondergrond is vrijgesteld!

Claim alsnog vrijstelling voor natuursubsidies

De Europese Commissie heeft eind 2008 aangegeven dat enkele natuursubsidies fiscaal vrijgesteld mogen worden (met terugwerkende kracht tot 1 januari 2000). Hierdoor kunnen veel subsidies die in het verleden belast waren, alsnog als onbelast worden aangemerkt.

Het gaat ‘m in hoofdzaak om twee soorten natuursubsidies:

  • de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer (SAN). Daarin is vrijgesteld: de Landschapssubsidie (art. 2c);
  • de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 (SN2000). Daarin zijn vrijgesteld: de Beheerssubsidie, de Inrichtingssubsidie, de Recreatiesubsidie, de Subsidie functieverandering, de Landschapssubsidie en de Overgangsbeheerssubsidie.

Daarnaast geldt er een gedeeltelijke vrijstelling voor de Regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden.

Heeft de belastingdienst nog geen aanslag vastgesteld? Dan is het verstandig om de aangiften te corrigeren. Is uw aanslag wel vastgesteld, maar is deze nog niet onherroepelijk, dan moet u tijdig (binnen zes weken na dagtekening van de aanslag) bezwaar maken tegen de aanslag. Loopt er al een bezwaarschrift, dan moet u dat bezwaarschrift wellicht nader motiveren.

In veel gevallen is een tijdig bezwaar niet meer mogelijk. Vaak is dat bezwaar destijds wel gemaakt, maar afgewezen met de toezegging dat de belastingdienst de aanslagen ambtshalve herziet wanneer de Europese Commissie alsnog goedkeuring verleent. In die gevallen kan hoe dan ook worden verzocht om de toegezegde ambtshalve vermindering.

Heeft u niet tijdig bezwaar gemaakt of uw bezwaarschrift ingetrokken? Of is dit afgewezen zonder toezegging? Ook dan adviseren wij u een verzoek te doen om ambtshalve vermindering. Wel is dan de kans aanwezig dat de inspecteur verzoeken om ambtshalve vermindering voor ‘oudere jaren’ (2000, 2001, 2002 en in sommige gevallen 2003) afwijst wegens overschrijding van de voor ambtshalve vermindering vastgestelde vijfjaarstermijn. Het is de vraag of een dergelijke afwijzing terecht is, gezien de uitzonderlijke situatie. De terugwerkende kracht bestrijkt immers circa acht jaar!

‘Rood voor rood’ biedt boeren grote mogelijkheden

Diverse provincies hebben regelingen die recht geven op een of meer bouwrechten, onder de verplichting om oude bedrijfsgebouwen te slopen. Ook de agrarische bestemming dient te verdwijnen. Deze zogenaamde ‘rood voor rood’-regelingen zijn voor veel agrariërs uiterst interessant.

Belangrijk is de toezegging dat ‘rood voor rood’ aangemerkt kan worden als overheidsingrijpen. Voordeel daarvan is dat bij een bedrijfsverplaatsing de herinvesteringsreserve (HIR) kan worden toegepast.

Tip: bespreek de taxatie vooraf met de inspecteur (voordat uw aangifte de deur uitgaat). U mag er namelijk niet vanuit gaan dat de fiscus de prijs accepteert die u overeengekomen bent met gemeente of de provincie. De fiscus taxeert meestal veel lager!

Het bouwrecht maakt vermoedelijk deel uit van de winst. Dat is waarschijnlijk ook zo als u de bouwrechten verkrijgt nadat u de onderneming al eerder had gestaakt, het onroerend goed had overgebracht naar privé, en daarover al met de fiscus had afgerekend. De fiscus beschouwt dit als een ‘nagekomen bate’.

Binnenlopen met wandelpaden

De overheid stimuleert de aanleg van wandelpaden. Het ministerie van Landbouw is daartoe gestart met de subsidieregeling ‘Wandelpaden over boerenland’. Het gaat om een vergoeding voor de openstelling van boerenland voor wandelaars. Het ministerie en de provincies betalen elk 50% van de kosten. De boer krijgt minstens 45 ct per meter per jaar als tegemoetkoming, als hij zich verbindt voor een langere periode (meestal zeven jaar). Sommige provincies betalen zelfs nog enkele dubbeltjes meer.

Over de fiscale gevolgen voor de btw en de inkomstenbelasting bestaat helaas onduidelijkheid. Het maakt namelijk nogal verschil of de vergoeding al of niet deel uitmaakt van de winst, en of er al dan niet 19% omzetbelasting moet worden afgedragen. Stem dit bij twijfel dus af met de inspecteur, om naheffingen te voorkomen.

Profiteer van de verruimde HIR

Het verplaatsen van een agrarisch bedrijf is een ingrijpende zaak. Fiscaal belangrijk is of de verplaatsing vrijwillig is, of het gevolg van overheidsingrijpen. In het laatste geval is de ‘verruimde herinvesteringsreserve’ (HIR) van toepassing. Hierbij heeft de ondernemer meer mogelijkheden om de bij verplaatsing behaalde winst onbelast te herinvesteren.

Maar niet élke verkoop aan gemeente of provincie wordt gezien als ‘verkoop als gevolg van overheidsingrijpen’. De duidelijkste categorie waar dat wel het geval is, is ‘verkoop ter voorkoming van onteigening’. Het verdient aanbeveling om dit op te nemen in de verkoopovereenkomst, om latere discussie met de fiscus te voorkomen. Een andere belangrijke categorie is ‘indirect overheidsingrijpen’. Daarvan is sprake als een ondernemer in de knel komt door overheidsmaatregelen, zoals natuurbeschermingsmaatregelen.

Vrijstelling overdrachtsbelasting

De agrarische sector kent een algemene vrijstelling van overdrachtsbelasting voor de overdracht van landbouwgrond, mits die grond minstens tien jaar in gebruik blijft als landbouwgrond. Dat zou dus problemen kunnen geven als een boer zijn grond verkoopt aan een natuurorganisatie, omdat het dan geen landbouwgrond meer is maar ‘natuur’.

In de praktijk is dit echter geen probleem, omdat goedgekeurd is dat agrarisch gebruik en gebruik als natuurgebied onderling uitwisselbaar zijn in die tien jaar.

Wel doet u er goed aan om bij de verkoop vast te leggen dat de grond inderdaad tien jaar of meer als natuur (of landbouwgrond) in gebruik moet blijven om navorderingen overdrachtsbelasting te voorkomen.

 

Sparen en beleggen

 

Vrijstelling groene beleggingen in box 3

Sparen en beleggen vallen in box 3 van de inkomstenbelasting. In deze box betaalt u 1,2% belasting over uw totale netto vermogen. Er is een algemene vrijstelling van € 20.661. Echtparen en meestal ook samenwonenden zijn vrijgesteld voor het dubbele.

Belegt u in door de overheid aangewezen ‘maatschappelijke beleggingen’ (groene en sociaal ethische beleggingen), dan geldt een vrijstelling van € 55.145 per persoon per jaar (voor echtparen etc. het dubbele). Groene beleggingen zijn investeringen in Nederlandse projecten voor duurzame energie, biologische landbouw, natuur, en duurzaam bouwen.

Daarnaast ontvangt u voor groene beleggingen een belastingkorting van netto 1,3% van het vrijgestelde bedrag. (Die korting van 1,3% geldt overigens voor álle ‘maatschappelijke beleggingen’.)

Dat brengt het fiscale voordeel op 2,5%. Maar dan ben je er nog niet, want couponrente/dividend is ook onbelast, waardoor het totale rendement kan oplopen tot zo’n 4,5%.

Vrijstelling bosgrond in box 3

Bosgrond is in tegenstelling tot andere onroerende zaken vrijgesteld van de vermogensrendementsheffing in box 3. De belastbare bijtelling van 4% die bijvoorbeeld geldt voor uw spaargeld, wordt voor bosgrond dus niet in rekening gebracht.

Grootgrondbezitters zijn nóg beter af. Bij een oppervlak van 5 hectare of meer bestaan er namelijk nog meer fiscale voorzieningen. En wanneer u het bosperceel inricht als landschap, of als het gaat om bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuur en bosgrond, dan is dat ook vrijgesteld van de gemeentelijke onroerendezaakbelasting (OZB).

Groenfondsen kunnen hun geld niet kwijt

Laatste nieuws: de groenfondsen van de banken bevatten inmiddels te veel geld in verhouding tot het aantal beschikbare projecten waarin geïnvesteerd kan worden. Dat heeft vervelende gevolgen. Zo houdt bijvoorbeeld de Triodos Bank zijn groenfonds – waarin ondertussen 570 miljoen euro is belegd – al zes maanden gesloten voor nieuwe inleg.

 

Wonen

 

Groene hypotheek biedt rentevoordeel

Wanneer u een milieuvriendelijke woning koopt of bouwt, kunt u een groene of duurzame hypotheek afsluiten. Deze lening bestaat uit een standaardsom en een ‘groen’ deel van maximaal € 34.034 waarover u, afhankelijk van de aanbieder, 1 à 2% minder rente betaalt dan de marktrente gedurende maximaal tien jaar.

Om hiervoor in aanmerking te komen heeft u een groenverklaring nodig van het ministerie van VROM. En het huis mag niet duurder zijn dan € 272.268.

De groene hypotheek is ook bedoeld voor huiseigenaren die hun woning energiezuinig willen renoveren. Afhankelijk van de mate waarin het energielabel van de woning verbetert, is het mogelijk tegen een gunstig rentetarief 25.000 tot 100.000 euro te lenen.

Subsidieregeling isolatieglas groot succes

Ruim 60.000 huishoudens hebben sinds 1 oktober 2009 subsidie op isolatieglas aangevraagd. Deze subsidieregeling is ingevoerd als bijdrage aan de verbetering van het energielabel van huizen. De regeling geeft 35 euro korting per vierkante meter bij de glaszetter op HR+ en HR++ glas. Voorwaarde is wel dat de koopwoning voor 1995 is gebouwd.

Er is totaal 45 miljoen euro beschikbaar. De regeling loopt tot eind 2010 of tot de pot leeg is.

De subsidie is vormgegeven als een handige kortingsregeling met waardebonnen. (Althans: handig voor de aanvrager, en misschien wat minder handig voor de glaszetter, die er weer extra administratieve rompslomp door krijgt.) Eigenaren bewoners en verenigingen van eigenaren kunnen de waardebonnen eenvoudig aanvragen en downloaden via www.agentschapnl.nl/isolatieglas. Vervolgens lever je ze in bij de glaszetter.


Terug naar het nieuwsbrief archief