Eindejaarsgroet en (kritische) blik op de fiscale maatregelen uit het Regeerakkoord van Rutte IV

Traditiegetrouw buitelen de diverse advieskantoren in het najaar over elkaar heen om u te verblijden met eindejaarstips. Dit betreffen vaak open deuren die ieder jaar weer voorbij komen en die u inmiddels wel kunt dromen. Als er echt iets te melden valt, dan mag u van uw adviseurs verwachten dat zij zich proactief en gericht bij u melden.

Het jaar 2021 was in die zin zo mogelijk nog droeviger dan andere jaren. Dit jaar was er écht niets te vertellen. Meer dan “Schaf nu een elektrische auto aan, want volgend jaar is de bijtelling hoger” was er eigenlijk niet te melden.


Reden van deze droevigheid was tweeërlei: enerzijds wegens de coronacrisis (in tijden van crisis is het vaak beter zaken zo te laten) en anderzijds wegens het ontbreken van een regering. Met name dat laatste maakt het lastig om (grote) wijzigingen door te voeren.


Maar deze week was het dan zover: “Rutte IV” was een feit en een nieuw Regeerakkoord werd gepresenteerd. Eindelijk! Na 274 dagen was het dan zo ver. En dat met dezelfde partijen. Knap hoor. Wij zijn benieuwd naar de aangekondigde ‘nieuwe bestuurscultuur’…


Tegelijkertijd staan er in het Regeerakkoord wel interessante onderwerpen. Zeker op het gebied van fiscaliteit. Een aantal van die fiscale onderwerpen zullen wij in deze nieuwsbrief graag de revue laten passeren. Wij zijn daarbij (soms) zo vrij om ze van kritiek te voorzien.

In niet willekeurige volgorde:

Einde aan schijnzelfstandigheid, stimulering ondernemerschap

De webmodule waarmee zekerheid kan worden verkregen over de arbeidsrelatie tussen een opdrachtnemer (ZZP-er) en een opdrachtgever gaat er definitief komen. Op die wijze moet er een einde komen aan schijnzelfstandigheid. De zelfstandigenaftrek wordt in dat kader ook met stappen van € 650 versneld afgebouwd tot € 1.200 in 2030 (was € 3.240 in 2036). Compensatie van de ‘echte’ zelfstandigen vindt plaats door middel van verhoging van de arbeidskorting. Op zich is dit een logische zet: schijnzelfstandigheid is al jaren een doorn in het oog en de zelfstandigenaftrek was daarbij een perverse prikkel. Door nu voor versnelde en een ruim forsere afbouw te kiezen, zullen slechts de ‘echte’ ondernemers nog worden gecompenseerd voor het risico dat ze lopen.

Arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen

Er komt een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle zelfstandigen. Niet duidelijk is of deze verplicht wordt gesteld. Ook die discussie bestaat al enige jaren. Veel ondernemers kiezen ervoor om zich niet te laten verzekeren (in verband met de kosten) met alle gevolgen van dien. Gaan we (voor de ouderen onder ons) weer terug naar de Waz?

Onbelaste reiskostenvergoeding omhoog?

De coalitiepartijen willen de onbelaste reiskostenvergoeding vanaf 1 januari 2024 verhogen. Een concreet bedrag per kilometer wordt niet genoemd.

Om reizen naar werk betaalbaar te houden, wil het nieuwe kabinet de onbelaste reiskostenvergoeding verhogen. Het voornemen is verrassend, omdat het ministerie van Financiën eerder nog aangaf dat het niet op een indexatie van de huidige kilometervergoeding van € 0,19 zit te wachten. De verhoging staat nu gepland per 1 januari 2024. De precieze tariefsverhoging wordt later nader uitgewerkt, daarover is nog niets bekend. Wij zijn benieuwd naar de precieze verhoging. Met € 0,19 lopen we al jaren achter de feiten. Er zal een reuzensprong nodig zijn om enigszins in de buurt te komen van een kostendekkende vergoeding. Laten we ons op voorhand maar niet rijk rekenen, is ons devies.

EInde middelingsregeling

De middelingsregeling in de inkomstenbelasting komt in 2023 te vervallen. Op grond van deze regeling kunt u bij sterk wisselende inkomens voorkomen dat u meer belasting betaalt dan nodig. U betaalt in dat geval belasting over het gemiddelde inkomen uitgesmeerd over drie jaar. Op die wijze wordt de pijn van een piek (bijvoorbeeld als gevolg van een ontslagvergoeding) gecompenseerd. De reden van afschaffing is ons niet geheel duidelijk. Dat wordt ook niet toegelicht. Wij vinden het eigenlijk vooral een beetje flauw. Het is ook niet een regeling die heel vaak wordt toegepast. Bovendien past de regeling wel bij een stelsel van rechtvaardige belastingheffing. Afschaffing wordt ons inziens opgeroepen door een budgettaire overweging. De boete die de belastingdienst opgelegd heeft gekregen in verband met de toeslagenaffaire wordt immers in rekening gebracht door middel van korting van het budget van diezelfde belastingdienst.

Box 3 heffing op basis van werkelijk rendement

De vermogensrendementsheffing (of: box 3) heffing gaat op de schop. Per 2025 zal er een nieuw box 3 stelsel op basis van reëel rendement worden ingevoerd, waarbij inkomsten uit vermogen worden belast op basis van werkelijk rendement. Vooruitlopend daarop zal per 2023 de leegwaarderatio worden afgeschaft, waardoor de belasting van het rendement op verhuurd vastgoed in box 3 meer zal gaan aansluiten bij de praktijk. In het nieuwe box 3 stelsel zal sparen en beleggen direct op reëel rendement worden belast; de waardeontwikkeling van vastgoed zal aanvankelijk echter nog forfaitair worden belast, waarbij zo snel als mogelijk de overstap wordt gemaakt naar werkelijk rendement.

Dat box 3 op de schop zou gaan lag wel in de lijn der verwachtingen. Dat ze tijd nodig hebben om het systeem (en dan met name het softwaresysteem) aan te passen aan deze andere manier van heffen, is eveneens niet zo vreemd. Vandaar dat invoering pas per 2025 in beeld komt. Aansluiting zoeken bij werkelijke rendementen is echter nog niet zo eenvoudig. Banken en verzekeraars geven nu reeds de data van belastingplichtigen door aan de belastingdienst, maar hoe gaan ze dat praktisch doen bij particuliere beleggers?

Dat ze de leegwaarderatio al per 2023 afschaffen, zal in de praktijk wel pijn doen. De heffing in box 3 over woningen vindt nu plaats op basis van de WOZ-waarde die in de praktijk vaak toch al fors lager ligt dan de werkelijke waarde en met behulp van de leegwaarderatio werd deze WOZ-waarde veelal nog eens met tenminste 15% verlaagd. Dit terwijl de schuld op de woning wel voor de volle 100% in aftrek mocht worden gebracht. Het resultaat: geen effectieve heffing in box 3.

Ook geven ze aan dat ‘de waardeontwikkeling van vastgoed’ zo snel als mogelijk wordt belast op basis van werkelijk rendement. Zou dat betekenen dat ze niet langer aansluiten bij de WOZ-waarde? Maar waarbij dan wel? Marktontwikkelingen? Dat kan wel eens pijn gaan doen.

Om de ‘kleine spaarder’ tegemoet te komen wordt de vrijstelling in box 3 vanaf 2023 verhoogd tot circa € 80.000 (is nu circa € 50.000). Per persoon welteverstaan. Dat zou dan inhouden dat de eerste € 160.000 aan vermogen bij fiscale partners is vrijgesteld van belastingheffing. Dat is aanzienlijk en ruimhartig.

Einde schenkingsvrijstelling eigen woning

De schenkingsvrijstelling voor de eigen woning wordt afgeschaft. Ook die zat eraan te komen. De woningmarkt is verstoord. Woningen worden alsmaar duurder en zo wordt het voor met name starters steeds lastiger om een eigen woning aan te schaffen. Met behulp van de ‘jubelton’ (zoals de schenkingsvrijstelling in de volksmond genoemd wordt) hadden kinderen van vermogende ouders een voorsprong. Immers, door het belastingvrij mogen schenken van circa € 100.000 voor de eigen woning, hadden deze kinderen een voorsprong. De vrijstelling wordt echter nog niet per direct afgeschaft, maar pas per 2024. U heeft dus nog even de tijd…

Wij geven u alvast de tip mee om in 2022 een eerste bedrag aan uw zoon of dochter te schenken. Vervolgens dient u de aangifte voor de schenkbelasting in en doet u daarbij een beroep op de verhoogde vrijstelling van de jubelton. Dan mag u namelijk in de twee daaropvolgende kalenderjaren 2023 en 2024 het bedrag aanvullen tot €105.000. Deze route zal wel niet helemaal de bedoeling zijn van het nieuwe kabinet, maar de mogelijkheid is er op basis van de huidige wet- en regelgeving wel degelijk.

Overdrachtsbelasting van 8% naar 9%

De overdrachtsbelasting voor niet-woningen én op verkrijgingen van woningen door rechtspersonen en particulieren die niet zelf langdurig in de woningen gaan wonen wordt verhoogd van 8% naar 9%. Deze maatregel moet ervoor zorgen dat er meer ruimte ontstaat voor niet-beleggers. Deze maatregel wordt ingevoerd per 2023.

Per dit jaar (2021) is de overdrachtsbelasting voor woningen die ter belegging worden aangehouden reeds verhoogd van 2% naar 8%. Per 2023 gaat daar dus nog een schepje bovenop. In combinatie met de aanscherpingen in box 3 (zie hiervoor) valt dit naar onze mening onder de categorie ‘beleggers pesten’, terwijl het natuurlijk verkocht wordt onder de noemer ‘herstel van de woningmarkt’. De stijging van 6% hield de belegger al niet tegen; dan zal die 1% ook het verschil niet meer maken…

Aanpassing wetsvoorstel excessief lenen van de eigen BV

Het lenen van de eigen BV. Al jaren een onderwerp van discussie. Invoering staat voor 2023 gepland. Het wetsvoorstel ‘Excessief lenen van de BV’ is al verschillende malen aangehouden en uitgesteld (laatstelijk wegens corona alsof dat er iets mee te maken heeft…) maar gaat er nu toch echt van komen. Er werd tot op heden een grensbedrag gehanteerd van € 500.000. Heeft men meer geleend van de BV dan zou dit in de heffing worden betrokken. Het voorstel ziet op consumptieve leningen zoals rekening-courantopnames en leningen ten behoeve van beleggingsvastgoed in privé. Eigen woningschulden waren uitgezonderd van het wetsvoorstel. In het Regeerakkoord wordt het grensbedrag opgeschroefd van € 500.000 tot € 700.000. Ja, u leest het goed: opgeschroefd, oftewel verhoogd. Dat zou dus betekenen dat dga’s een hoger bedrag van de BV zouden mogen lenen zonder sancties dan in eerste aanleg was toegestaan? Wij lopen inmiddels al iets langer mee in de belastingadviespraktijk om dit zomaar klakkeloos aan te nemen. “If something sounds too good to be true, it probably is”, schiet direct door onze gedachten. Waar is de adder onder het gras? Bananasplit?
Het staat er niet, maar het zou ons niets verbazen als ze de uitzondering voor eigen woning leningen laten vallen en alle leningen over één kam zouden scheren. Argument? Beter uitvoerbaar.

Verbetering van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten (BOR)

De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de erf- en schenkbelasting en de inkomstenbelasting zijn belangrijk voor de continuïteit van bedrijven, met name van familiebedrijven, omdat voor veel van hen deze faciliteiten essentieel zijn voor het voortbestaan van de onderneming. In de komende kabinetsperiode wordt in samenhang met de evaluatie van de BOR die in 2022 wordt afgerond (naar verwachting na afloop van Q1 2022), onderzocht hoe de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten kunnen worden verbeterd en oneigenlijk gebruik van de regeling kan worden tegengegaan, zodat de regeling wordt gebruikt waarvoor deze bedoeld is.

Verbetering? Oneigenlijk gebruik tegengaan? Zodat de regeling wordt gebruikt waarvoor deze bedoeld is? Mooie, maar vooral holle frasen.

Feit is dat huidige regeling een forse vrijstelling kent in met name de erf- en schenkbelasting. Indien een bedrijf vererft of geschonken wordt, bestaat een 100% vrijstelling voor (afgerond) de eerste miljoen. Voor iedere euro dat een bedrijf meer waard is, geldt een vrijstelling van 83%. Zonder plafond. Dat betekent dus dat de tegemoetkoming ook toepassing vindt als een bedrijf bijvoorbeeld 50 miljoen waard zou zijn. En daarvoor lijkt de faciliteit dan weer niet echt bedoeld. In de vakliteratuur gaan al langer stemmen op om de faciliteit te versoberen door bijvoorbeeld een plafond in te bouwen en er op die manier voor te zorgen dat de faciliteit doet wat ie moet doen: continuïteit waarborgen. Er zitten wel meer vreemde onderdelen in de regeling die nodig verduidelijking behoeven. Wanneer kun je bijvoorbeeld spreken van ondernemingsvermogen en waar ligt het omslagpunt tussen ondernemen en beleggen? Die discussie speelt met name in de situatie dat men omvangrijke vastgoedportefeuilles wenst over te dragen. Kan het actief beheren kwalificeren als onderneming of is het een vorm van beleggen waarvoor de bedrijfsopvolgingsfaciliteit niet van toepassing is?

Het evalueren van de faciliteiten komt derhalve als geroepen. Er is behoefte aan duidelijkheid. Temeer omdat nu soms overhaaste beslissingen worden genomen op basis van de geruchten dat de faciliteiten afgeschaft gaan worden. En die roddels steken ieder jaar weer opnieuw de kop op. En roddels vormen geen goede voedingsbodem voor een juiste keuze en advisering

Tot slot

Een behoorlijk aantal maatregelen heeft Rutte IV voor ons in petto. Sommigen waren te verwachten, anderen zagen we niet aankomen. Uiteraard is het nog slechts een akkoord waaraan naar verwachting nog wel wat geschaafd zal worden, maar in hoofdlijnen geeft het wel de richting aan waar we de komende 4 jaar (als ze het tenminste zo lang volhouden) aan vast zitten. Voor beleggers wordt het er in ieder geval niet leuker op. Belastingheffing op basis van werkelijk rendement komt dan wellicht rechtvaardig over, het betekent wel het einde van de pretbox.

Uiteraard volgt Van Boekel alle ontwikkelingen op de voet en zullen wij u op proactieve wijze blijven informeren.

Tot slot willen wij u namens alle medewerkers van van Boekel accountants en adviseurs hele fijne feestdagen en een gelukkig en vooral gezond 2022 wensen.