Jonge hond ontmoet ervaren rot

‘Het kan vast efficiënter’

De één is net begonnen, de ander denkt aan afbouwen. Voor dit artikel reisde jonge hond Cas van den Hout met fotograaf en tekstschrijver af naar Amsterdam voor een gesprek met ervaren rot Won Yip. Cas is een ondernemer met twee keukenzaken die de komende jaren flink zal uitbreiden, liefst de grens over. Horeca-ondernemer Won Yip heeft alles al gezien, verkleinde de afgelopen jaren zijn internationale belangen en werkt toe naar het moment dat hij een paar maanden op reis kan.

Cas van den Hout (1988) is geboren en getogen in Tilburg, eigenaar van twee vestigingen van Keukensale in Breda (sinds 2017) en ’s-Hertogenbosch (sinds 2015) en is lid van het commerciële team van Tilburg Trappers. Won Yip (1969) kocht zijn eerste horecazaak, een café in Goes, in Cas’ geboortejaar. Na zijn geboorte in Tilburg groeide hij op in Vlissingen. Zijn ouders runden er een Chinees restaurant. Op zijn 21e trok hij naar Amsterdam waar hij Café Zwart op de Dam overnam. Inmiddels bezit hij vier horecabedrijven op deze toeristische hotspot; Café Zwart, EuroPub, Majestic en Yip Fellows. Simply Fish vlakbij het Vondelpark is ook van hem. Hij is investeerder (Dragon) in het tv-programma Dragon’s Den waarin startups financiering proberen te krijgen.

Ontmoeting op de Dam

Cas en Won ontmoeten elkaar in restaurant Majestic, dat naast de Bijenkorf ligt en uitkijkt op het Nationaal Monument op de Dam. Het is niet druk op deze dinsdagochtend in juli. Normaliter kun je vrijwel het gehele jaar over de hoofden van de toeristen lopen. Nu kun je ongeremd een sprint trekken vanaf het Centraal Station door de Damstraat naar de Dam zonder tegen iemand op te botsen. Het is het gevolg van de coronapandemie.


Het begint flink te waaien, de grote vierkante parasols op het terras klapperen steeds harder. Won merkt op: ‘Al mijn medewerkers hebben een telefoon, ik heb ze geappt dat we vanaf windkracht 5 altijd alle parasols inklappen.’ Achter ons waait de een na de ander kapot. Hij staat op en gaat kijken, keert weer terug zonder een spoor van opwinding of irritatie. Dan komt het personeel in actie en redt wat er te redden valt. ‘Waarom zou ik boos zijn? Er zijn er nog drie heel en ja die vier kapotte gaan me wel wat kosten. Ik hoop dat ze er iets van leren.’ Het kenmerkt hem, deze rustige manier van naar de dingen kijken.

‘Ik ben wel van de karma’

Cas’ ouders zijn geen ondernemers. ‘Wat ik wel van huis uit meegekregen heb zijn eerlijkheid, dus zeggen waar het op staat en hard werken. Niets gaat vanzelf dus werk voor je centen. Vrije tijd komt er nog genoeg.’ Won vangt wat hij van zijn ouders meekreeg in één woord: werken. Als jongetje van acht hielp hij mee in de keuken van het restaurant van zijn ouders. ‘Iedereen werd geacht om te werken en zijn steentje bij te dragen. Dat werd ons niet gevraagd of uitgelegd, zo ging het gewoon. Ik ben er niet minder van geworden.’ Wat Won ook van huis uit meekreeg, is het steunen van goede doelen. Wie goed doet, goed ontmoet, is zijn overtuiging. ‘Zakelijk heb ik er weinig aan, maar ik ben wel van de karma. Het zorgt voor positiviteit.’ Hij staat aan de top van de horecawereld in Amsterdam dus doet graag iets terug voor de stad door geld te doneren aan ziekenhuizen, evenementen en aan projecten in Zuid-Oost-Azië. Cas ziet zichzelf dit op termijn ook doen. ‘Ik zit nu nog in de opstartfase. Zodra ik de mogelijkheid heb, zal ik zeker mijn bijdrage leveren. Als je dit kunt dan moet je het doen, om anderen te helpen.’

‘Denken dat je het beter kunt, dat is ondernemen’

Won constateert dat de jongeren van nu geen hoog arbeidsethos hebben. ‘Als ze 100 euro in de zak hebben dan hebben ze het gevoel niet te hoeven werken. Sparen? Dat doen ze ook niet.’ Hij bouwde zijn bedrijf op met eigen geld. ‘Bancaire schulden heb ik nooit gehad.’ Cas reageert: ‘Dat is inderdaad het verschil in mentaliteit tussen werknemers en werkgevers. Wij werken en doen dat hard. Ik ga toch niet op het terras zitten omdat ik 100 euro in mijn zak heb?’ Dan tegen Won: ‘Al is dat voor u natuurlijk wel goed.’ Die kan daar smakelijk om lachen. Hij herkent de ondernemerslust bij zijn jongere gesprekspartner. ‘Jij werkte als verkoper van keukens en dacht: ik kan het beter, dat is ondernemen, dat is iets dat in je dna zit.’ Voor ondernemers die starten vanuit armoe, omdat ze niets anders kunnen, is hij minder positief. ‘Zij gaan naar de KvK, werven kapitaal via crowdfunding en denken dat ze ondernemer zijn.’ Cas: ‘En dan vergeten ze dat ze die crowdfunding terug moeten betalen. Ik wilde het anders doen en geld verdienen, dus werk, werk, werk ik en snap ik dat ik niet meteen miljonair ben.’ Al dat werken, kostte hem aan het begin van zijn ondernemerschap bijna zijn gezondheid. ‘Ik had paniekaanvallen van de stress, woog slechts 70 kilo terwijl ik ruim twee meter lang ben. Ik dronk veel te weinig; mijn lichaam moest vocht uit mijn bloed halen. Ik was heel ongezond bezig.’ Won let minder op zijn gezondheid en maakt zich er ook geen zorgen over. ‘Ik rook, ik sport niet en eet alleen ’s avonds, blijkbaar past dat bij mijn lichaam.’

‘Ik vaar mijn eigen koers’

Cas noemt die periode waarin hij zijn lijf verwaarloosde een dieptepunt in zijn ondernemerschap. ‘Ik was 27 toen ik met een compagnon Keukensale startte. Ik dacht dat ik iemand naast me nodig had met ondernemerservaring. Mijn compagnon zag ik nauwelijks en na een half jaar heb ik hem uitgekocht. Dat heeft me veel geld gekost. Ik heb ervan geleerd en zo probeer ik uit alle negatieve gebeurtenissen iets te leren.’ Sinds hij volledig eigenaar is, spart hij regelmatig met een coach. ‘Ik vaar mijn eigen koers en let beter op mijn gezondheid.’ Won maakt extreem veel uren, slaapt weinig en is weinig thuis. Hij beseft dat dit ritme alleen vol te houden is zolang hij geen kwalen krijgt. ‘Toch denk ik er niet over na, dat is misschien iets Aziatisch. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen een lichaam heeft met eigen behoeften. Nee, ik sport niet, maar soms vallen sporters ineens dood neer. Dus ik wielren niet, ik kijk Fox Sports.’ Na een paar uur slaap staat hij op, poetst zijn tanden en gaat naar de zaak. ‘Dat zit in mijn dna en mijn gezin weet niet beter. Mijn kinderen bepalen mijn leven niet en ik bepaal dat van hen niet. Ik ga ze niet vragen om me op te volgen, net zoals ik ze niet vraag waarheen ze op vakantie willen. Als mijn vrouw en ik naar Spanje willen dan gaan we en mogen de kinderen mee. Of ze blijven thuis, dat is ook prima.’

‘Inmiddels is dit een leuke anekdote’

Stilstaan bij successen doen beide ondernemers niet. ‘Failures blijven me wel bij’, merkt Won op. ‘Loopt iets niet zoals het zou moeten dan vraag ik me af of we ons best gedaan hebben. Is dat zo dan pak ik mijn verlies en sluit dat hoofdstuk af. Dat heb ik bijvoorbeeld gedaan toen ik investeerde in varkensfokkerijen in Thailand en vervolgens de varkenspest uitbrak. Inmiddels is dit een leuke anekdote. Won gaat in de varkens en ineens gaan enkel mijn varkens dood.’ Cas probeert bewust stil te staan bij wat goed gaat. ‘Bijvoorbeeld als ik in de winkel sta en zie hoe goed de showroom eruit ziet. Dan denk ik weleens; dat heb ik toch maar mooi opgebouwd in 6 jaar.’

‘Ik zit er anders in dan Cas’

Voor Cas draait ondernemen om doen wat je leuk vindt. ‘Zolang ik plezier heb in wat ik doe en uitdagingen blijf vinden, ga ik door. Als het plezier in keukens verkopen minder wordt, kan ik er altijd iets naast gaan doen.’ Voor hem is voorlopig niets mooiers. ‘Mensen komen binnen in de showroom, weten niet wat ze willen en gaan met een keuken naar huis, dat is toch prachtig?’ Zijn focus ligt op projecten. ‘Maar elke zaterdag sta ik nog voor, in de showroom. Ik wil die drukte om me heen blijven voelen.’ Voor Won is het leuk vinden, niet belangrijk. ‘Je vraagt me of werken in de horeca mooi is? Nee, wij werken altijd als anderen vrij zijn. Leuk ken ik niet. Ik heb nog een paar jaar te gaan en maak die tijd vol. Ik zit er heel anders in dan Cas.’ Deze keukenman heeft de ambitie om door te groeien met Keukensale. ‘Daarnaast is mijn droom om gezond te blijven, maar ontbijt en lunch schieten er nog steeds weleens bij in.’ ‘Ik eet nooit tot zes uur ’s avonds’, merkt Won op. ‘Ik doe permanent een soort ramadan.’ Won heeft geen grote ambities meer. ‘Voor de middellange termijn wil ik niet meer moeten. Ik wil op reis kunnen en een paar maanden wegblijven als het me ergens bevalt.’

A-locaties

Wons bedrijf Yip Group is onder andere eigenaar van vier horecazaken aan de Dam, dé plek waar toeristen zich komen vergapen aan het Koninklijk Paleis, waar ze shoppen bij de Bijenkorf en daarna de Kalverstraat en grachtengordel bestormen. Won: ‘Ik heb ervoor gekozen te investeren in triple A-locaties. Het levert veel tijd op, omdat ik niet erg actief hoef te zijn op social media, de gasten komen toch wel. We hoeven alleen open te gaan en hen in de watten te leggen.’ Cas vaart een soortgelijke koers. ‘Ook ik zit alleen op A-locaties. Ik ben op zoek naar een pand in Tilburg zodat ik een derde vestiging kan openen. Ik heb er drie aangeboden gekregen, maar de locaties waren niet goed. Ik kan dan wel kiezen voor een pand met een lage huur, maar vervolgens heb ik een bak geld nodig om klanten naar mijn winkel te krijgen.’ Net zoals Won adverteert hij nauwelijks. ‘Ik stop een paar honderd euro per maand in Google Ads, maar pieker er niet over om met mijn hoofd in bushokjes te gaan hangen.’

Corona

De gevolgen van de coronacrisis voor de horeca en keukenbranche zijn verschillend. Won: ‘De mensen waarmee ik in mijn beginjaren zaken deed, waren toen rond de 40, 50 jaar. Zij zijn nu 80. Ook zij hebben slechte tijden meegemaakt, waarin ze bijvoorbeeld 30 procent achteruit gingen in omzet. Ik was door corona ineens 98 procent van mijn omzet kwijt en stond in oorlogsstand.’ Cas’ keukenzaken zijn drie maanden dicht geweest. Daarna steeg de verkoop. Hij voorspelt dat er voor zijn branche nog veel problemen aankomen. ‘Het uitleveren wordt steeds lastiger doordat apparatuur niet op tijd geleverd wordt. Onze leveranciers kunnen niet aan apparatuur komen doordat er een tekort aan chips is voor de machines waarmee keukenapparatuur geproduceerd wordt.’ Het frustreert hem enorm. ‘Soms trekken mensen een order in. En het is op zijn zachtst gezegd niet leuk als je mensen net voor Kerst moet vertellen dat alleen de kastjes en het aanrechtblad geleverd gaan worden en we niet weten wanneer de kookplaat, koelkast en vaatwasser zullen volgen. Mensen zijn boos en vragen om een schadevergoeding, dat snap ik heel goed.’ En dan is de prijs van hout ook nog eens met een kwart gestegen. ‘En de grondstoffen voor de kleur wit beginnen op te raken, terwijl 80 procent van de mensen een witte keuken koopt. De effecten van corona op de keukenwereld zijn zeker niet alleen positief. Net zoals Won kijk ik daarom erg kritisch naar hoe ik inkoop. En de verbouwing van een van mijn winkels stel ik uit.’

Kosten besparen

Won besloot aan het begin van de eerste lockdown drastisch kosten te besparen. ‘Ik heb adviseur Koen (Strooper, red.) gebeld en gezegd dat er donkere wolken aankwamen dus dat de auto’s eruit gingen. Daar overleg ik niet eerst met hem over, ik heb het meteen gedaan.’ Hij verkocht vijf Mercedessen en bespaart sinds veertien maanden tienduizenden euro’s aan kosten. ‘Ook ruimtes die we huurden en nauwelijks gebruikten, heb ik opgezegd.’ Hij stapte uit bedrijven in het buitenland. Ook nam hij zijn horecazaken van top tot teen kritisch onder de loep. ‘Neem Majestic, daarvoor heb ik alles opnieuw uitgevonden, van servet tot technische dienst, echt alles. Ik heb me dus niet verveeld tijdens de lockdowns.’

‘De markt is verpest’

Het gesprek komt op de keukenmarkt. Won geeft aan al 32 jaar te bouwen, dus goed te weten hoe de keukenmarkt in elkaar zit. ‘Mijn ervaring is dat keukenbedrijven die aan het hogere segment leveren niet happig zijn op maatwerk, omdat dat ten koste gaat van hun marge. Daarmee wil ik niet zeggen dat de marges te hoog zijn, maar dat ik te gierig ben om een volledig ingerichte keuken te bestellen.’ ‘Elke keuken is maatwerk, dat realiseren veel mensen zich niet’, vertelt Cas. En aan dat beeld van te hoge marges doet hij iets, samen met een netwerk van gelijkgestemde keukenondernemers. ‘De markt is verpest. Wij doen het anders; we rekenen een eerlijke marge en we werken met nettoprijzen. Afdingen kan bij ons niet. Wil je een goedkopere keuken dan zoeken we een alternatief. Natuurlijk verdien ik geld, maar dat doe ik op een normale manier.’ Hij is ervan overtuigd dat deze tijd om transparantie vraagt. ‘En uit het feit dat ik bezig ben met een derde vestiging blijkt dat ook; er is markt voor deze manier van keukens verkopen.’

‘Ze staan me bij en geven advies’

Won behoort tot een van de eerste cliënten van Koen Strooper van Strooper Belastingadvies die zijn business onlangs onderbracht bij Van Boekel accountants en adviseurs. ‘De samenwerking is goed, daarom ben ik meegegaan naar Van Boekel accountants en adviseurs en mocht hij daar ooit vertrekken dan ga ik weer mee.’ Cas heeft eenzelfde relatie met Bart Brok. ‘Mijn vorige accountant praatte me nogal eens de put in. Bij Van Boekel accountants en adviseurs had ik direct een beter gevoel. Ik heb zelf de controle, zij staan me bij en geven advies.’

‘Controle houden is niet mogelijk’

Cas en Won houden hun cijfers nauwkeurig bij. ‘Ik doe alles zelf’, vertelt Won. ‘Ik lever de hele boekhouding hardcopy aan. Belastingadviseur Koen heb ik nodig voor zijn advies. Onlangs kwam hij langs met het jaarverslag. Dat hoort er natuurlijk bij, maar voor mij is het slechts papier. Het vertelt me niets nieuws. Ik weet precies wat ik nu in mijn zak heb en dit jaar tot nu toe verdiend heb. Ik kan hem tot op de cent nauwkeurig vertellen hoeveel btw ik af moet dragen. Mensen zeggen weleens: waarom maak jij je daar druk om? Dan zeg ik: wie zou dat dan moeten doen? Boven mij staat heel lang niemand en ver daarboven zit God, Allah, Buddha of hoe je hem ook wilt noemen. Het kan vast efficiënter, maar ik doe het 32 jaar zo dus ga niet veranderen. Cas is jong en doet het vast anders.’ Cas reageert: ‘Dat valt mee. Ik weet ook altijd exact hoe ik ervoor sta.’ Het liefst houdt hij ook tot in detail controle over zijn medewerkers. ‘Ik zit elke dag met mijn teams, zodat de neuzen dezelfde kant op blijven staan. Die controle houd ik heel strak.’ Hij heeft een montageteam, een backofficeteam en twee verkoopteams, in totaal 15 man. Hij vraagt: ‘Won, hoe houd jij de controle? ‘Dat is niet mogelijk’, reageert hij. Cas: ‘Ik begrijp je antwoord, maar toch zoek ik soms naar die controle. Bijvoorbeeld als een medewerker om twee uur ’s middags zonder het te melden een vaccinatie gaat halen.’ Won adviseert: ‘Als je dat soort dingen niet kunt slikken, zoals ik die kapotte parasols van vandaag, dan moet je voor een baas gaan werken.’ ‘Inderdaad, ondernemen is risico nemen’, bevestigt Cas. En wat medewerkers betreft, Won heeft er 250. ‘Ja ik heb managers in dienst, maar in principe is iedereen gelijk. Ik ben ceo, maar fungeer ook als vuilnisman en psycholoog. Iedereen in Nederland valt onder mijn rechtstreekse leiding vanaf het moment dat ze een contract tekenen.’ Inmiddels zijn op de Dam alle parasols ingeklapt, zijn de cappuccino’s opgedronken en de foto’s gemaakt. Won gaat weer naar kantoor, Cas gaat in de rij staan voor de Bijenkorf om een cadeautje te kopen voor zijn vriendin en fotograaf en tekstschrijver keren terug naar Brabant.