Levensloop, inhoudingsplicht

Het overgangsrecht voor levensloopregelingen eindigt vanaf 1 januari 2022. Als eind 2021 nog een levensloopaanspraak bestaat, wordt de waarde van die aanspraak belast. Dit geldt voor de deelnemers die de waarde van de levensloopaanspraak niet voor 1 januari 2022 hebben laten uitkeren en waarbij ook anderszins nog geen heffing heeft plaatsgevonden. Voor een goede afwikkeling van het overgangsrecht van de levensloopregeling wordt de instelling (bank, verzekeraar, enz.) inhoudingsplichtig voor de loonheffing. Dit voor het fictieve genietingsmoment over de waarde van de levensloopaanspraak. De instelling kan de loonheffing direct verhalen op de (ex) werknemer. Vanwege de heffing in box 3 wordt het fictieve genietingsmoment vervroegd naar 1 november 2021.

Let op!
De levensloopverlofkorting en de overige heffingskortingen kan de (ex) werknemer claimen bij de aangifte inkomstenbelasting.

Tip!
Het fictieve genietingsmoment wordt november 2021. Zo kan de werknemer voor 1 januari 2022 zijn belastingschuld betaald hebben. Aldus wordt het box 3 vermogen verlaagd.