Wet DBA

1. Intro

Het kabinet wil de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie (Wet DBA) vervangen. Deze wet zorgt namelijk voor te veel onrust en onzekerheid onder zzp’ers en hun opdrachtgevers.

In plaats hiervan gaat de regering zich richten op het tegengaan van ongewenste concurrentie op arbeidsvoorwaarden tussen werknemer en zelfstandigen om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Bovendien is afgesproken dat er een wettelijke verzekeringsplicht voor het arbeidsongeschiktheidsrisico bij zelfstandigen komt en wordt deelname aan pensioenregelingen door zzp’ers nader bezien.

Pilot webmodule

Een pilot voor een webmodule is op 11 januari 2021 van start gegaan. Na zes maanden zal de pilot worden geëvalueerd en wordt er beslist over de verdere voortgang.

De module geeft op basis van ingevulde informatie een van de volgende oordelen:

  1. Opdrachtgeversverklaring: de opdracht kan buiten dienstbetrekking worden verricht.
  2. Indicatie voor dienstbetrekking: er zijn sterke aanwijzingen dat er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking.
  3. Geen oordeel mogelijk: op grond van de gegeven antwoorden is niet duidelijk of sprake is van werken buiten dienstbetrekking of van werken in dienstbetrekking.

Deze uitkomsten hebben in de pilotfase geen juridische status.

2. Handhaving

De handhaving zal na de evaluatie van de webmodule (gefaseerd) worden opgestart. Dit zal op zijn vroegst in oktober 2021 worden beslist. Dit betekent echter niet dat er nu geen toezicht wordt gehouden. De Belastingdienst kan alleen handhaven indien sprake is van kwaadwillendheid of indien aanwijzingen niet binnen een redelijke termijn zijn opgevolgd.

Wanneer kwaadwillend?

Een werkgever wordt als kwaadwillend beschouwd als deze ‘opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan, omdat hij weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking’. Hiervoor moet worden bewezen dat sprake is van drie dingen:

  • een(fictieve) dienstbetrekking
  • evidente schijnzelfstandigheid
  • opzettelijke schijnzelfstandigheid
Aanwijzigingen

Het kan ook voorkomen dat bij een controle niet direct wordt geconstateerd dat sprake is van kwaadwillendheid, maar dat wel blijkt dat sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. In dat geval wordt nog niet gehandhaafd, maar kan de Belastingdienst wel aanwijzingen opleggen. Met deze aanwijzingen moet de werkgever vervolgens aan de slag om:

  • de arbeidsrelatie zo vorm te geven dat er sprake is van werken buiten dienstbetrekking, of
  • de arbeidsrelatie als dienstbetrekking te verwerken in de aangifte.

Voor het opvolgen van aanwijzingen krijgt een werkgever doorgaans drie maanden de tijd. Wordt na die drie maanden geconstateerd dat de aanwijzingen niet voldoende zijn opgevolgd? Dan kan alsnog worden gehandhaafd.

Let op!
Er wordt tot zeker 1 oktober 2021 gecontroleerd op kwaadwillendheid.

Let op!
Wij willen graag actueel zijn, maar tijdens het schrijven van deze special komen er vanuit de overheid telkens nieuwe aanvullingen op of verbeteringen van (nieuwe) regelingen door corona. Het overzicht in deze special is geschreven met de kennis tot en met 12 januari 2021, 20:00 uur.